Home
Training
Coaching
Artikelen
Nederlandse blog
Engelse site
Engelse blog
NOAM site
Contact

© 1997-2009. Zonder toestemming overnemen van deze site is verboden
Cases oplossingsgericht werken

Prominentie in het team

HENK: Heb je even een moment voor me? Het loopt niet zo lekker en misschien heb jij wat tips voor me?

MANAGER: Ja hoor, ik heb wel even een minuut of tien, is dat genoeg?

HENK: Ik denk het wel.

MANAGER: Goed. Vertel eens, wat is je vraag?

HENK: Nou, een paar maanden geleden heb jij me in het functioneringsgesprek gezegd dat ik meer prominent in het team aanwezig moet zijn. In mijn nieuwe rol als senior moet ik meer initatief nemen en meer invloed tonen in het team. Toen je dat voor het eerst tegen me hebt gezegd, wist ik niet goed wat ik er mee aanmoest en wat je bedoelde. Maar nu snap ik dat wel. Als ik bijvoorbeeld kijk naar Jan, die ook senior is, dan zie ik dat hij inderdaad heel duidelijk aanwezig is en initiatief toont en invloed heeft in het team. Ik begrijp nu goed dat dat van een senior verwacht wordt.

MANAGER: ”Ok, dat is mooi …… en wat is je vraag?

HENK: Nou, het lukt me niet om dat gedrag te laten zien. Sinds ik snap wat de bedoeling is probeer ik het te doen maar het lukt me voor geen meter! Tijdens vergaderingen ben ik vrij stil. Vanochtend bijvoorbeeld. Ik doe mijn best maar ik ben totaal niet prominent aanwezig. Daar baal ik van.

MANAGER: Aha, ik begrijp het. Goed idee van je om even bij me langs te lopen met je vraag. Twee weten meer dan één. Misschien lukt het ons samen om wat te bedenken.

HENK: Ja, want als het zo doorgaat dan is er bij het volgende functioneringsgesprek weinig veranderd.

MANAGER: Goed, hoe kunnen we dit het beste bespreken?

HENK: Misschien moet ik eerst even uitleggen wat het probleem is?

MANAGER: Prima. Vertel….

HENK: Nou, Tijdens vergaderingen merk ik dat het mij niet lukt om net zo actief mee te praten als bijvoorbeeld Jan. Ik zie dat hij met allerlei prima ideeën komt en ik merk dat mij dat niet lukt. Het probleem is dat ik vaak helemaal nog geen mening heb over de onderwerpen die we bespreken. Daarom lukt het mij niet om voorstellen te doen. En dan zit ik weer gewoon te luisteren in plaats van mee te praten!

MANAGER: Aha, zo gaat dat dus? Prima dat je er zo bewust mee bezig bent zeg. Hoe heb jij er last van dat het nog niet helemaal lukt zoals je wil?

HENK: Als ik merk tijdens de vergadering dat ik te weinig zeg, word ik toch een beetje zenuwachtig. Ik maak me dan wel zorgen over hoe ik dit nu voor elkaar moet krijgen. Ik wil mijn senior rol niet kwijt.

MANAGER: Natuurlijk niet. Dat begrijp ik ……. Hoe zou jij willen dat de situatie eruit komt te zien?

HENK: Hoe de situatie eruit komt te zien? Eh… nou, dat ik me actiever opstel tijdens vergaderingen ….. dat ik met meer ideeën en voorstellen naar voren kom tijdens de vergaderingen. En dat ik daardoor meer invloed heb in het team en dat ik mijn senior rol beter waarmaak.

MANAGER: Aha, dat klinkt inderdaad goed. Ik begrijp dat je dat wilt bereiken. Wat zou het voordeel zijn als je dat voor elkaar krijgt?

HENK: Eh… ik zou een voorbeeldfunctie vervullen voor de junioren in het team en ik zou beter bijdragen aan de ontwikkeling van het team. Jij zou tevredener zijn om mijn invulling van mijn senior rol. Dat soort dingen….

MANAGER: Het is me duidelijk. Waar sta jij nu al op een schaal van 0 tot 10 waarbij 0 staat voor ‘het lukt totaal nog niet’ en 10 staat voor  ‘het lukt me goed’?

HENK: Nog niet erg hoog want het lukt me helemaal niet goed.  Mmm… even denken…. Een 3 of een 4 denk ik.

MANAGER: Ah, een 3 of een 4! Hoe heb jij het al voor elkaar gekregen om van een 0 naar een 3 of 4 te komen?

HENK: Verschillende dingen denk ik. Het belangrijkste is dat ik me er nu heel goed van bewust ben. Een half jaar geleden realiseerde ik me nog helemaal niet dat dit belangrijk was. Dus dat is al een heel verschil. Nu kan ik erop letten.

MANAGER: Inderdaad, dat is het begin. En wat heeft nog meer al geholpen?

HENK: Dat ik een goede vakman ben. Men neemt me serieus omdat iedereen weet dat mijn projecten succesvol zijn. Daardoor luistert men wel als ik iets te melden heb. Alleen heb ik tijdens vergaderingen meestal niet zo veel te melden.

MANAGER: Mooi, dus dat jij een goede vakman bent helpt ook…. Wanneer heb je al eens meegemaakt dat het je al een beetje lukte om tijdens de vergadering meer promiment aanwezig te zijn?

HENK: Wanneer het gaat over mijn eigen projecten dan weet ik altijd precies wat ik moet zeggen. Ik weet alle ins en outs en kan perfect zeggen hoe het ervoor staat en hoe ik het wil hebben.

MANAGER: Dat herken ik. Dat doe je prima. En wanneer heb je al eens meegemaakt dat je initiatief nam bij een onderwerp dat niet over jouw eigen projecten ging?

HENK: Dàt wordt moeilijker…. Even denken …. Eh ja, ik weet een voorbeeldje. Weet je nog dat jij een keer naar me toe kwam en dat je me zei dat we op de volgende vergadering het zouden gaan hebben over het interne kwaliteitsproject? Je zei me toen dat je mij daarover graag wilde horen tijdens de vergadering omdat je het belangrijk vond om mijn mening te benutten.

MANAGER: Ja, dat herinner ik me. Wat ging er toen goed?

HENK: Eerst dacht ik: lieve help, wat moet ik daar nou van zeggen? Ik heb daar helemaal geen mening over. Ik heb ’s avonds toen even heel goed nagedacht over het onderwerp kwaliteit. Ik heb zelfs nog even het kwaliteitshandboek erbij gepakt. Na een tijdje lukte het me om een idee te krijgen over wat ik belangrijk vond bij het onderwerp interne kwaliteit. Ik heb toen een A4-tje gemaakt waarop ik een aantal punten heb gezet. Dat heb ik toegelicht tijdens de vergadering en dat ging heel goed. Men luisterde en een aantal dingen zijn ook overgenomen in de besluitvorming.

MANAGER: Dat ging inderdaad prima. Dat herinner ik me goed. Heb je nog een voorbeeld?

HENK: ….Ja, het ligt een beetje in het verlengde hiervan. Ik had een keer op de agenda zien staan dat we het zouden gaan hebben over klantevaluaties. Dat is een onderwerp waar ik vrij veel van weet omdat ik er een groot project bij een klant over heb gedaan. Ik vond het belangrijk dat we dat zelf ook goed aanpakken dus heb ik een voorstel geschreven. Dat ging toen ook heel goed. Ik heb toegelicht en het is bijna helemaal letterlijk overgenomen zoals ik het voorgesteld heb. Maar deze voorbeelden zijn denk ik de enige voorbeelden waarbij het een beetje goed ging!

MANAGER: Het zijn interessant voorbeelden, denk ik. Als je deze voorbeelden zo even voor de geest haalt, op wat voor ideeën brengen ze je dan om een stapje vooruit in de richting van je doel te zetten?

HENK: Dat is een goeie… ik denk dat het gaat om twee dingen. Het belangrijkste is dat ik een soort focus nodig heb. Ik moet mijn aandacht een beetje kunnen richten op bepaalde onderwerpen. Ik ben niet het soort persoon dat, zoals Jan, overal een mening over heeft en overal over mee kan praten. Dat zit gewoon niet in mij!

MANAGER: Dat is ook niet nodig. Het is prima om een focus af te spreken met elkaar. We kunnen dan een paar onderwerpen kiezen waar jij je vooral op richt. En wat was het tweede punt?

HENK: Voorbereiden. Ik ben op mijn best als ik de dingen even rustig kan voorbereiden. Dan kan ik rustig op een rijtje zetten wat ik ergens van vindt. Dat doe ik in mijn projecten ook altijd en daar werkt het ook goed. Nu kom ik erachter dat ik me bij beide voorbeelden in de teamvergadering ook even heb kunnen voorbereiden.

MANAGER: Dat lijkt mij een goede analyse. Als jij je voorbereidt dan kun je je mening heel duidelijk en gestructureerd naar voren brengen. En dan heb je ook echt invloed. Als we die focus-onderwerpen met elkaar afspreken dan wordt het ook makkelijker om je voor te bereiden. Je kunt je niet op alles voorbereiden maar wel op een paar vaste onderwerpen, hè?

HENK: Dat moet inderdaad wel lukken.

MANAGER: Zullen we binnenkort eens kijken welke onderwerpen dat zouden kunnen zijn? Ik moet zo beginnen aan een volgend gesprek en we moeten dus zo afronden. Zou jij je gedachten eens willen laten gaan over welke onderwerpen het zouden kunnen zijn waar jij je vooral op gaat richten in de vergaderingen? Dat steken we koppen binnenkort weer even bij elkaar.

HENK: Prima, doen we.

 

naar boven


Case - Carmen

j0400354.jpgCarmen was een cliënte die naar een coach gestuurd was omdat er verschillende problemen waren in de manier waarop ze functioneerde. Een probleem was dat ze een conflict met haar manager directe leidinggevende had en met de directeur. Een ander probleem was dat zij heel wat maanden met een burn out thuis had gezeten. Haar direct leidinggevende had Carmen naar de coach gestuurd met de mededeling dat zij de organisatie zou moeten verlaten. Het doel van het gesprek met ons was om haar te helpen een nieuwe baan en organisatie te vinden die beter bij haar persoonlijkheid, capaciteiten en vaardigheden zou passen. Toen het gesprek begon was Carmen heel coöperatief richting de coach maar zeer vijandig tegenover haar bazen. Ze vertelde dat ze zichzelf niet was geweest het afgelopen jaar. Ze zei dat ze veel had geklaagd en geruzied maar dat dit niet haar fout was. Ze was helemaal niet zo. De directeur had haar niet goed behandeld. Hij had haar een promotie beloofd die niet doorging. Ze zei dat ze er genoeg van had en dat ze zou gaan vechten tegen de directeur en dat het haar doel was hem mee te sleuren in haar val. Zo'n 10 minuten na het begin van het gesprek stelde de coach de wondervraag.

 

COACH: Carmen, mag ik je een vraag stellen die misschien een beetje vreemd is?

CARMEN: Oké

COACH: Stel..... na ons gesprek ga jij naar huis ...

CARMEN: Ja?

COACH: En je maakt je dag af.... je doet wat je normaal doet .... en dan ga je naar bed.

CARMEN: Mmm...

COACH: En terwijl je slaapt ... gebeurt er een wonder en de problemen die jou hier hebben gebracht zijn verdwenen.

CARMEN: Oké.

COACH: Maar je slaapt, dus je weet niet dat het wonder heeft plaatsgevonden. Wanneer je morgen wakker wordt, wat zouden dan de eerste dingetjes zijn waaraan je zou merken dat het wonder heeft plaatsgevonden?

CARMEN: (pauze) Hmm.... Ik zou in een mooi kantoor zitten en heel ander werk doen en een fantastische leidinggevende hebben.

COACH: Dat zou inderdaad een behoorlijk wonder zijn zeg!

CARMEN: Ik weet dat dat onmogelijk is (Lacht)

COACH: (lacht) Laten we een stapje terugzetten. Stel je ligt nog in je bed.  Wat is het eerste kleine dingetje dat anders is?

CARMEN: ...Dat ik direct op sta

COACH: Aha, wat is er nog meer anders?

CARMEN: Ik zou meer ontspannen zijn. Ik zou mijn ontbijt rustig opeten.

 

Terwijl de cliënt de wondervraag begint te beantwoorden nodigt de coach haar uit om te beschrijven wat er anders is die dag. Het is belangrijk om langzaam te gaan en geduldig en nieuwsgierig te blijven. De coach vraagt steeds: "Wat is er nog meer anders?" Wanneer de cliënt alles beschrijft dat anders is blijft de coach haar steeds aanmoedigen om de details van de wonderdag te beschrijven in termen van zichtbaar gedrag. Een manier om de cliënt te helpen heel gedetailleerd te zijn is om de ‘vlieg op de muur' techniek toe te passen: "Als ik een vlieg op de muur zou zijn en de situatie zou bekijken, wat zou ik dan zien?"  Of de videovraag:

 

COACH: Oké. Wat zou er nog meer anders zijn?

CARMEN: Op weg naar mijn werk zou ik zingen. 

COACH: Echt?

CARMEN: Ja, dat deed ik altijd. Ik zette de muziek keihard en brulde mee. Bruce Springsteen meestal. 

COACH: Geweldig, wat zou je nog meer merken dat er anders was?

CARMEN: Nou, op mijn werk zou ik de mensen eerst begroeten. 

COACH: Aha, hoe zou zij merken dat de dingen anders waren op die wonderdag?

CARMEN: Ik zou niet klagen.  

COACH: Dat zou je niet doen? Wat zou je in plaats daarvan doen?

CARMEN: Ik zou aan mijn werk gaan. De dingen doen die ik moet doen. Ik zou af en toe wel met mensen praten maar anders.

COACH: Hoe?

CARMEN: Over leuke dingen, bijvoorbeeld: "Hoe was je weekend?"

COACH: Als je leidinggevende je zo zou zien op die dag, hoe zou hij het verschil dan merken?

CARMEN: (pauze) Hij zou verbaasd zijn. Hij zou niet weten wat er gebeurd was. 

COACH: Zou hij blij zijn?

CARMEN: Natuurlijk!

COACH: Waarover in het bijzonder?

CARMEN: Over het feit dat ik niet klaagde.

 

Direct nadat Carmen haar wonderdag had beschreven vroeg de coach of sommige aspecten van het wonder als aan gebeuren waren - een goede manier om positieve uitzonderingen te vinden. Door dit direct na de wondervraag te doen is de kans groot dat de cliënt zich positieve uitzonderingen kan herinneren.

Direct nadat Carmen haar wonderdag had beschreven vroeg de coach of sommige aspecten van het wonder als aan gebeuren waren - een goede manier om positieve uitzonderingen te vinden. Door dit direct na de wondervraag te doen is de kans groot dat de cliënt zich positieve uitzonderingen kan herinneren. De cliënt uitnodigen om te visualiseren hoe haar leven is nadat het probleem er niet meer is heeft vaak een sterk effect. Het geeft hoop op een betere toekomst en start een positieve kettingreactie. Een van de effecten van het stellen van de wondervraag is dat mensen die hem beantwoorden zich meestal veel beter worden van hun eigen gedrag en hoe ze hun situatie positief kunnen beïnvloeden. Mensen die de wondervraag beginnen te beantwoorden, krijgen vaak een heel andere uitdrukking op hun gezicht dan die die ze hadden toen ze hun probleem aan het beschrijven waren. Wanneer ze hun wonderdag beschrijven, glimlachen ze vaak en worden ze energieker en hoopvoller. Eigenlijk is het zo dat wanneer mensen beschrijven hoe ze dingen willen hebben de verandering al begonnen is.

 

COACH: Carmen, je zei aan het begin van het gesprek dat je de laatste tijd jezelf niet geweest bent. Toen ik je de wonderdag zag beschrijven denk ik dat ik begreep wat je bedoelde. Je zei dat je veel hebt geklaagd en geruzied dit jaar maar toen je het wonder beschreef werd je heel vrolijk en opgewekt. Je straalde.

CARMEN: (met een brede glimlach) Ja. Dat is hoe mijn karakter werkelijk is. (Pauze) En ik ben vastbesloten om dat deel van me niet te laten sterven!

COACH: Je bent vastbesloten om die vrolijke kant van je in leven te houden?

CARMEN: Ja.

COACH: Wat is het eerste kleine dingetje dat je zou kunnen doen?

CARMEN: Morgen ga ik weer zingen in de auto. Ik weet niet waarom ik daar ooit mee ben opgehouden maar dat is het eerste dat ik ga doen.

 

Carmen begon het gesprek met een vechthouding en eindigde ook met een vechthouding. Maar in het begin was het haar bedoeling te vechten tegen de directeur. Aan het eind was het haar bedoeling te vechten voor het levend houden van haar opgewekte natuur. Dit gesprek vond enkele jaren geleden plaats en Carmen werkt nog steeds bij dezelfde organisatie. Ze heeft een nieuwe rol op een andere afdeling. Ze heeft meer verantwoordelijkheden en functioneert erg goed.  

 

Bron: Doen wat werkt - Zie ook: De wondervraag - The Miracle Question

naar boven


Waarderend leiderschap

Een medewerkster binnen een organisatie had het gevoel, dat ze al enige jaren min of meer aan haar lot werd overgelaten. Ze vond dat ze weinig of geen respons bij haar manager kreeg en dat hij haar te weinig steunde. Ze vond haar werk zelf nog belangrijk genoeg, maar liep steeds meer met het idee haar heil elders te zoeken. Ik heb haar manager deze situatie voorgelegd. Deze reageerde heel verrast. Hij was van mening dat hij haar beslist niet negeerde, maar juist de vrijheid gaf haar eigen ding te doen. Hij was ervan overtuigd dat ze de capaciteiten bezat om op zelfstandige wijze invulling te geven aan de haar toebedeelde taak. Verder meende hij, dat hij voldoende respons had gegeven op de dingen, waar zij van tijd tot tijd mee kwam. Ook had hij er niet bij stil gestaan, zijn waardering voor haar inzet af en toe duidelijk te laten blijken. Ik heb hem toen gevraagd, of hij voor haar kort zijn waardering voor haar werk en persoon, met benoeming van de sterke punten, op papier wilde zetten. En daar, waar deze medewerkster eerst dacht dat praten over de situatie toch niet veel zin meer had, hebben we naar aanleiding van zijn schrijven drie openhartige en verhelderende gesprekken gehad. Dit heeft geleid tot goede afspraken in communicatie en ondersteuning. De medewerkster heeft weer plezier in haar werk en weet zich nu voldoende gewaardeerd en gesteund. (door Erik Kleine). Zie ook hier.

naar boven


Alles 1% verbeteren

eenprocent.jpgPat Riley coachte in de jaren ‘80 van de vorige eeuw de Los Angeles Lakers, een topteam uit het Noord Amerikaanse professionele basketball. De Lakers hadden zojuist de finale om het kampioenschap verloren van de Celtics uit Boston. Binnen de gelederen van de Lakers brak vervolgens paniek uit. Men had geen idee hoe men ooit nog de titel zou kunnen winnen tegen die onverslaanbare Celtics. De Lakers zouden dan zoveel beter moeten worden en dat zat er toch echt niet in. Maar Riley, de grote strateeg, wist het wel. Hij deed geen spectaculaire aankopen van nieuwe spelers. Hij verdubbelde niet het aantal trainingsuren en hij stelde ook geen extra strenge eisen aan zijn spelers. Hij zei alleen: “we gaan er simpelweg voor zorgen dat we op alle aspecten van het spel één procent beter worden. Dus één procent beter in vrije worpen nemen, één procent beter in het samenspelen met teamgenoten, één procent beter in het verdedigen van de eigen basket, één procent beter in conditie, enzovoort.” Daarmee paste hij het oplossingsgerichte principe van de kleine stapjes op een unieke manier toe. En het had succes. De Lakers wonnen de titel. Niet alleen dat jaar, maar ook het jaar daarop. Een kunststukje dat bijna twintig jaar eerder voor het laatst was klaargespeeld door…. de Boston Celtics. Riley toonde aan dat vele kleine stapjes, stapjes die op zich weinig significant lijken, samen wel tot grote resultaten kunnen leiden. Ook toonde hij aan dat een kleine verbetering op vele aspecten even goed kan werken als het volledig oplossen van één ‘probleem’. Bij het oplossen van organisatieproblemen wordt vaak gezegd: “Laten we eerst het ene probleem aanpakken en dan pas de andere. We kunnen niet alles tegelijk.” Riley toonde aan dat dat wel kan, als er maar kleine stapjes worden gemaakt. (door Mark Westerhuis). Zie ook hier.

naar boven


Case David Maister

davidHead.jpgToen David Maister vele jaren geleden bij Harvard Business School ging werken als assistent professor was hij onzeker over zijn functioneren. Hij kwam niet goed uit de verf en hoopte dat dit bij zijn collega’s niet zou opvallen. Op een dag klopte een senior collega op zijn deur en het volgende korte gesprekje vond plaats.  

Senior:

Hoi David, heb je een minuutje voor me?

David:

(mompelend) Tuurlijk

Senior:

Het is zo jammer dat we geen tijd hebben om samen door te brengen. Jij hebt jouw verantwoordelijkheden en ik de mijne en die houden ons bezig. Maar ik liep net voorbij en dacht, misschien kunnen we een minuutje bijpraten. Vertel me eens, waar gaat jouw onderzoek over?

(David deed geen onderzoek en probeerde tijd te winnen. )

David:

Nou, ik heb het heel druk gehad en ik weet niet zeker of ik er echt klaar voor ben. … Maar er zijn wel een paar dingen die me interesseren en ….. eh…. Maar misschien…, heel misschien, … en ik wil niets beloven …., misschien zouden professionele firma’s interessant zijn om te onderzoeken.

(lange stilte)

Senior:

Weet je, David, dat is geen gekke keuze! Nu dat je het zegt, ik kan geen grote studie bedenken die over dat onderwerp is gedaan. Dat is een mooie kans om iets belangrijks te doen. Bovendien: niets in dat idee staat op gespannen voet met wat wij als school willen doen. Ik zou het zeggen als het zo was. Goed zeg, wat een prima idee! …. En wat zou je willen onderzoeken over dit soort bedrijven?

(stilte)

Senior:

……Ik merk dat je het nog niet helemaal doordacht hebt….. Maar ik ken mensen in een aantal van dit soort bedrijven en ik hoor wat voor problemen ze hebben….. Laat ze me je meteen maar even noemen om te kijken of een van die onderwerpen je interesseert.

(noemt een aantal onderwerpen)

David:

Nou, ik denk dat het interessant zou zijn om een aantal van dat soort onderwerpen onder de loep te nemen bij die bedrijven. (praat verder)

Senior:

David, hoe meer je zegt over je plannen, des te enthousiaster ik raak. Dit is interessant spul! Ik zie het voor me. Je gaat belangrijk werk doen, wordt beroemd en we zullen allemaal erg trots op je zijn…… Ik zal vertellen wat ik zal doen, David. Ik laat mijn secretaresse even langs komen en je lijst brengen van alle directeuren van professionele firma’s die ik ken. Voel je vrij om ze te benaderen en gebruik mijn naam. Zeg maar dat ik heb gesuggereerd om te bellen…… Het spijt me maar de plicht roept. Ik hoop dat ik snel weer eens langs kan komen om te kijken hoe dingen lopen. Ik weet niet wanneer dat zal zijn maar ik hoop snel.

(tien minuten later komt de secretaresse de lijst langsbrengen)

De meest opwindende reis van Davids carrière was van start gegaan. De rest is bekend. In het volgende artikel doet David uitgebreid verslag van het gesprek en analyseert hij waarom de aanpak van de senior collega zo goed werkte: A Great Coach in Action. Zie ook hier.

Copyright David Maister 

naar boven

 


Loodgieterbedrijf komt haar afspraken na (ingezonden case)

Periode januari – september 2005

Als leidinggevende van de afdeling Dagelijks Onderhoud bij de Woningstichting heb ik te maken met diverse aannemers die in opdracht van ons reparaties uitvoeren. Een van de aannemers, een loodgieterbedrijf, kwam veelvuldig zijn afspraken met de bewoners niet na. Diverse gesprekken met hun uitvoerder en directeur, betreffende het nakomen van afspraken, leverden niets op. Soms ging het een week beter, daarna vervielen ze weer in hun oude gewoontes.

 

Periode september – heden

Na het voor de zoveelste keer niet nakomen van de afspraken heb ik de directeur (Jan) van het bedrijf uitgenodigd voor een gesprek. Voor het gesprek had ik voor mijzelf bepaald wat het doel moest zijn. Waar ik in het verleden emotioneel reageerde had ik mezelf nu voorgenomen om zakelijk te blijven en constant aan mijn doel te blijven denken.

 

Jan was op tijd voor zijn afspraak en ik gaf hem een rondleiding door onze net verbouwde entreehal. Hierna kwam ik snel terzake. Ik begon als volgt; “Jan, ik wil graag met jullie blijven samenwerken. Om de samenwerking te laten slagen is het belangrijk dat jullie de afspraken met onze huurders nakomen. Hoe kun je ervoor zorgen dat jullie in de toekomst jullie afspraken nakomen?” Hij zei dat hij heel graag met ons wilt blijven samenwerken en dat hij zijn medewerkers op hun hart zou drukken wat onze wensen zijn en hoe belangrijk het nakomen van afspraken voor ons is. Intern zou hij er per direct bovenop gaan zitten en zou hij geen excuses meer tolereren van zijn medewerkers. Hij verzekerde mij dat het niet weer zou gebeuren en maakte met mij de afspraak dat wij tot het eind van dit jaar geen klachten meer zouden krijgen van bewoners betreffende het niet nakomen van afspraken. Tevreden gaven we elkaar een hand en gingen onze weg. Over dit gesprek had ik na afloop een goed gevoel omdat ik zulke toezeggingen nog niet eerder van hem had gekregen. Hij draaide er vaak maar wat omheen en maakte slim gebruik van mijn emoties.

 

Twee weken na ons overleg had Jan een gesprek met mijn directeur waarin hij mij de complimenten maakte over het gesprek. Hij had haar verteld dat mijn optreden kort, duidelijk en zakelijk was en dat hij dit zeer prettig vond. Tot op heden, 21 oktober, hebben wij geen klachten ontvangen van bewoners!

naar boven


De beer is los

Joke is een interne projectleider bij een overheidsinstelling en werkt daar al 18 jaar. Zij heeft een enorme kennis van de geschiedenis van de organisatie, van de werkwijzen en procedures en collega’s stellen haar dan ook veel vragen. Zij ervaart vele van die vragen als luie vragen en valt regelmatig uit. Messcherp zegt zij dan waar het op staat, met als gevolg dat collega’s boos worden en het project geen stap verder is gekomen. Zoals haar leidinggevende het benoemt: “de beer is los op de afdeling”. Zowel Joke als haar leidinggevende willen dat er iets gaat veranderen, want collega’s beginnen bang te worden voor Joke. In een viertal coachingssessies gaat Joke op zoek naar manieren om constructief te communiceren met collega’s, ook wanneer zij van binnen begint te koken. Joke begint aandacht te besteden aan de signalen die haar zeggen dat zij van het kookpunt begint af te raken (waar zij eerst vooral aandacht besteedde aan de signalen die zij kreeg wanneer zij begon te koken). Zij ontdekt onder andere dat het samenvatten van de doelstelling van een project en de stappen die daarin gezet moeten worden haar helpt om van het kookpunt af te raken. Na twee maanden oefenen in de praktijk weet Joke niet alleen zich constructief op te stellen naar haar collega’s toe, maar weet zij ook haar “gromgedrag” om te buigen naar constructief gedrag wanneer het kookpunt eens is bereikt. Haar leidinggevende zegt: “de beer was los, maar nu is hij vertrokken!”

naar boven


Helende complimenten

Complimenten werken in een gevoelige werkrelatie helend. Een team van managers deed een tijdje geleden een complimentenronde. Om beurten brachten de teamleden kort een onderwerp in, op basis van een behaald succes, of een werkfrustratie (een klacht) of werkprobleem. De teamleden benutten, zonder dit van tevoren met elkaar af te spreken, de oefening om een verhaaltje te vertellen over de eigen positie in het team en op het werk en over wat er in het verleden was gebeurd en hoe ze dit had gevormd en beïnvloed. Er waren in het team positiewisselingen en verschuivingen geweest, een teamlid dat eerst leiding had gegeven ontving nu leiding van iemand anders waardoor er onderlinge gevoeligheden lagen die nooit waren uitgesproken. De complimentenronde die volgde op de verhalen had grote impact op alle teamleden. Door de persoonlijke verhalen was er meer begrip gekomen voor het perspectief van elk teamlid. De sterktes die de teamleden hadden ingezet om toch constructief aan het werk te blijven werden helder door de verhalen. Doordat de teamleden er complimenten over maakten werden die sterktes steeds explicieter benoemd. Na afloop van de complimentenrondes waren de werkrelaties versterkt, de openheid was toegenomen (er was ontroering bij alle teamleden) en het positieve samenwerkingsgedrag was versterkt en bevestigd. Individuele complimenten hielpen zo om een plek te geven aan de frustraties in het verleden en te vieren dat ondanks dit verleden de werkrelaties constructieve elementen hadden gehad. Dit bood een prima basis voor samenwerking in de toekomst.

naar boven


De verandering nieuw leven inblazen

Een afdeling was bezig met een cultuurverandering waarbij het beter nakomen van afspraken een belangrijk doel was. Het veranderproces was gestart en had aanvankelijk geleid tot hoopgevende resultaten. Na ongeveer anderhalf jaar stelde men vast dat de klad erin was gekomen. Verschillende oude problemen traden opnieuw op en er was geen duidelijke sprake meer van vooruitgang. De afdelingsmanager belegde een vergadering over dit onderwerp. Hij benadrukte dat het normaal was dat er een terugval optrad en nodige de medewerkers uit om in kaart te brengen wat er allemaal was bereikt sinds de verandering was begonnen. Bij alle punten die genoemd werden vroeg hij bovendien wat de voordelen ervan waren en hoe het gelukt was ze te bereiken. Dit leverde een indrukwekkende hoeveelheid positief materiaal op en het was in de sessie te merken dat het enthousiasme voor de veranderdoelen weer toenam. Bovendien ontstond er weer trots en hoop. De manager nodigde de medewerkers vervolgens uit om te formuleren welke concrete resultaten zij de komende periode wilden gaan realiseren wat leidde tot een mooie lijst van afspraken. De energie voor verandering was even minder geweest maar na de sessie was hij zonder meer hersteld.

naar boven


Van competentiemanagement een succes maken

De HR-manager van een middelgrote organisatie had de directie geadviseerd om competentiemanagement te gaan invoeren, omdat hij van mening was dat dit een samenbindend effect kon hebben op de hele organisatie en een goede kapstok voor het gehele HR-beleid en HR-instrumentarium zou zijn. De directie wist niet zoveel van competentiemanagement en was van mening dat als men competentiemanagement ging invoeren, die door een groot deel van de organisatie gedragen moest worden. Op een bijeenkomst waarin het managementteam en veel van de managers uit de managementlaag daaronder bijeen waren, legde de HR-manager hen een aantal keuzes met betrekking tot competentiemanagement voor. De bijeenkomst verliep tamelijk chaotisch omdat de visie, wensen en verwachtingen van de deelnemers erg sterk uiteen liepen. Na afloop van de bijeenkomst dacht de HR-manager er serieus over zijn functie neer leggen en zag niemand door de bomen het bos meer. De HR-manager zocht een sparring partner op en samen kwamen zij op de vraag "Waar was iedereen die de bijeenkomst heeft bijgewoond het wel over eens?" Wij verbaasden zich over het aantal punten van overeenstemming dat zij konden bedenken. De HR-manager stelde een korte notitie op waarin alle punten van overeenstemming genoemd stonden, evenals een paar punten waar nog geen overeenstemming over bestond en bracht deze in het volgende managementteam overleg in. Het management team was verrast door deze samenvatting en accordeerde de start van een competentiemanagementproject waarin de punten van overeenstemming het vertekpunt vormde. De punten van verschil kregen weinig aandacht. Nu had de HR-manager een duidelijk besluit om met competentiemanagement te gaan starten en ging hij gesprekken aan met ieder individueel managementteamlid. In die gesprekken stonden telkens de volgende vragen centraal:

  • Gegeven het feit dat we competentiemanagement gaan ontwikkelen, waar moet wat jou betreft zeker aandacht aan gegeven worden om er een succes van te maken?

  • Stel, competentiemanagement werkt straks goed in jouw organisatieonderdeel, wat gaat er dan beter in jouw dagelijkse praktijk?

Het competentiemanagementproject kwam in een stroomversnelling toen heel bewust een succesgerichte aanpak toegepast werd. Maar dat is niet alles. Ook in de inhoudelijke aanpak van het competentiemanagementproject werd het succesgerichte perspectief nadrukkelijk gebruikt. In functioneringsgesprekken werd bijvoorbeeld heel nadrukkelijk aandacht besteed aan het formuleren van gewenste successsen en aan het analyseren van wat er al bereikt was en van wat er al goed ging.

naar boven


 

 

Tegenvallende resultaten in het team

Frank is een team manager die de hulp inschakelt van een management coach om de financiële prestaties van zijn team te verbeteren. Hieronder een weergave van die gesprekken. 

 

COACH: Frank, je vertelde me dat de financiële prestaties van je team de laatste zes maanden tegenvallen en dat het team nu ernstig achterblijft ten opzichte van het budget. En de reden voor ons gesprek is dat jij mijn hulp en advies wilt hebben over hoe je dit kunt verbeteren. Klopt dat?

FRANK: Klopt, ik kan echt wat goed advies gebruiken.

COACH: Oké, zou je ten eerste eens kunnen uitleggen hoe het precies een probleem is dat je team achterloopt op het budget?

FRANK: Dat is makkelijk. Als wij het budget niet halen dan is dat slecht voor iedereen in het team. We moeten dan misschien zelf teamleden ontslaan, wat ik vreselijk zou vinden. Voor mij persoonlijk zou het ook heel rot zijn. Ik ben ambitieus om promotie te maken in het bedrijf maar als de zaken zo doorgaan dan kan ik dat op mijn buik schrijven.

COACH: Hmm... Ik snap waarom het erg belangrijk voor je is om deze situatie te veranderen, Frank.

FRANK: Ja ik moet absoluut een manier vinden.

COACH: Stel dat deze coaching achter de rug is en dat het nuttig zal zijn geweest…. Waaraan zul je dat achteraf merken?

FRANK: Ik zou merken dat het nuttig was geweest als ik een onmiskenbare verbetering in de financiële resultaten zou zien op onze maandelijkse overzicht.

COACH: Aha. Hoe zou die onmiskenbare verbetering er concreet uitzien?

FRANK: Nou, we zitten nu op een productiviteitsniveau van 49%. De gemiddelde maandtarget is 63%. Mijn korte termijn doel is om terug te komen op target binnen drie maanden. Zo zal het voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn dat we weer op de goede weg zijn.

COACH: Goed, dus binnen drie maanden wil je op een productiviteitsniveau van 63% zitten?

FRANK: Ja.

COACH: Hoe zou dat helpen?

FRANK: Het zou meer baanzekerheid voor mijn team betekenen. Het zou ervoor zorgen dat de business unit manager niet in mijn nek hijgt. Het zou ook goed zijn voor mijn reputatie. Het zou bewijzen dat ik in staat ben om een slecht presterend team te veranderen in een goed functionerend team.

COACH: Dat klinkt prima. Wat kun je doen als je dat bereikt hebt?

FRANK: Dan zou ik weer kunnen gaan bouwen. Nu moet ik me richten op het repareren van dingen. Dan kan ik weer bouwen, zowel aan het team als aan mijn carrière.

COACH: Frank, het is heel belangrijk voor je om de financiële prestaties van je team te verbeteren. Kun je me vertellen welke dingen daarin nu al goed gaan?

FRANK: ... Nou ... we hebben een goede kostenbewaking. Dat is niet het probleem. We moeten onze sales verhogen. De kosten gaan goed.

COACH: Mooi, je bewaakt de kosten goed? Wat gaat er nog meer goed?

FRANK: Drie van de zeven professionals presteren vrijwel op target. De andere drie zitten er duidelijk onder.

COACH: Oké, dus drie zitten er al op hun target. Wat gaat er nog meer goed?

FRANK: Umm... We hebben uitstekende lange-termijn relaties met klanten.

COACH: Aha, het is belangrijk om die te hebben. Wat gaat er nog meer goed?

FRANK: Laat me eens denken... onze toegevoegde waade voor klanten is goed. Onze professionals hebben verstand van hun vak. Dus we hebben ze iets waardevols te bieden.

COACH: Dat is ook geen slecht punt (beiden lachen). Dus er zijn een paar echt belangrijke dingen die al aanwezig zijn?

FRANK: Inderdaad, dat is zo. Dus ik neem aan dat er enige hoop  is op succes... (glimlacht)

COACH: (glimlacht ook) Zo klinkt het wel ja!

COACH: Het doel is om de financiële prestaties van je team te verbeteren. Mag ik je eens vragen: ben je er in het verleden als eens in geslaagd om één of meer van teamleden te helpen om hun financiële prestaties te verbeteren?

FRANK: Dat is een ontzettend goede vraag! Ja, dat ben ik zeker. Het gebeurt voortdurend, het is een belangrijk onderdeel van je baan als team manager. Dus, ja zeker.

COACH: Wat is een mooi voorbeeld van hoe jij een teamlid wel eens hebt geholpen om dat te doen?

FRANK: Umm... Het beste voorbeeld zou het begin van afgelopen jaar kunnen zijn toen ik een speciale teamvergadering heb belegd over onze financiële prestaties. In die meeting heb ik hen volledig geïnformeerd over hoe we het deden en ik heb ze grafisch laten zien hoe wij presteerden ten opzichte van het budget, wat niet goed was trouwens. Wat ik gewoon deed was ze helemaal betrekken bij het proces om de resultaten te verbeteren. En dat werkte goed.

COACH: Interessant. Hoe hielp dat?

FRANK: Om eerlijk te zijn weet ik niet precies wat ik deed om het zo goed te laten werken. We hebben ons budget vorig jaar gehaald. Na die meeting kon ik directe verbetering zien van de resultaten. Ik kon ook een algemene verandering zien in de houding van mensen. Mensen waren actiever en het leek alsof er ook meer werd samengewerkt.

COACH: Wat deed jij zelf om dit zo goed te laten verlopen?

FRANK: Ummm..... Misschien twee dingen.  Het eerste is dat ik ze alle informatie gaf, zowel over het budget als over onze resultaten. Het tweede is dat ik alleen mijn zorgen heb geuit en ze niet heb verteld wat ze moesten doen.

COACH: Heb je dat niet gedaan? Hoe hielp dat?

FRANK: Ik denk dat het hen dwong om zelf creatief te zijn in het vinden van een aanpak.

COACH: Heel slim. Hoe wist je dat het niet goed zou zijn om ze te vertellen wat ze moesten doen maar dat je in plaats daarvan het aan hen moest overlaten om te bedenken wat ze moesten doen?

FRANK: Ha, dat wist ik niet! Ik wist gewoon niet wat ik ze zou moeten opdragen. Het is namelijk zo dat ik niet zo erg veel van de details van hun werk afweet. Dus in dit geval is mijn onwetendheid een onverwacht voordeel geworden (Lacht).

COACH: Wow, wat gebeurde er toen?

FRANK: Nog diezelfde vergadering kwamen er een paar heel goede en praktische ideeën naar voren. Ze begonnen elkaar ook te helpen. Ik zat er gewoon bij en luisterde vooral. Het was heel leuk.

COACH: Dat is inderdaad een heel mooi voorbeeld! Dus jij hebt de teamvergadering geregeld, ze volledig geïnformeerd, je zorgen gedeeld en ze niet verteld wat ze moesten doen. Je liet de bal helemaal bij hen liggen.

FRANK: Yep. Dat is wat er gebeurde. 

COACH: Frank, je hebt me net verteld over de teamvergadering van afgelopen jaar. Hoe is die situatie relevant voor de huidige situatie waarin je team zich bevindt?

FRANK: Zeer relevant! Het is hoog tijd om weer zo’n teamvergadering te beleggen. Wat stom van me dat ik dat niet hebt bedacht!

COACH: Dat klinkt als een heel goed idee. Hoe zou je dat aanpakken?

CHARLES: Nou, ik ga hem gewoon direct beleggen. We doen het precies zoals de vorige keer. Ik bereid alle relevante informatie voor en dan wacht ik op de reactie.

****  

COACH: Ha Frank. Het is nu drie weken geleden sinds ons laatste gesprek. Ik ben heel benieuwd wat er beter gaat.

FRANK: Umm... eigenlijk gaan er verschillende dingen beter. De vergadering liep heel goed. Het hielp om het algemene bewustzijn in het team te versterken van hoe belangrijk het is dat we onze resultaten verbeteren te versterken.

COACH: Prachtig, het bewustzijn is er. Hoe helpt dat om vooruitgang te boeken in de richting van het doel?

FRANK: Eerlijk gezegd helpt dat een boel. Ik heb gemerkt dat mensen klanten vaker bellen, dat ze meer afspraken maken met klanten en dat ze elkaar meer helpen. Dat gebeurde de vorige keer ook.

COACH: Hoe helpt dit alles om de omzet daadwerkelijk te verhogen?

FRANK: Dat is een beetje te vroeg om te kunnen zeggen. Maar de eerste verbeteringen lijken er al te zijn. We hebben een heel interessante opdracht binnengehaald. En er zijn nu ook enkele leads die echt veelbelovend lijken.. 

COACH: Hoe zorg jij ervoor dat dit alles gebeurt?

FRANK: Ik informeer ze. Ik praat met ze. Ik deel mijn zorgen. En ik betrek ze door ze ideeën naar voren te laten brengen en initiatieven te laten nemen. Het activeert ze.

COACH: Dat klinkt allemaal heel goed! Wat kun jij doen als een volgend klein stapje richting het doel?

FRANK: Als een volgend stapje ga ik korte gesprekjes voeren met alle individuele teamleden. Ik gebruik dezelfde benadering. Ik zorg ervoor dat ik de meest actuele informatie voor ze heb en ik vraag ze om hun ideeën.

COACH: Dat klinkt als een goed idee om uit te proberen.

****

COACH: Hallo Frank, dit is nu ons vierde gesprek. Wat zouden we moeten bespreken om de tijd nuttig te besteden?

FRANK: Nou, de dingen beginnen nu echt goed te lopen. We presteren nu iets boven target, dus we beginnen onze zwakke start een beetje goed te maken. De business unit manager kwam vorige week zelfs even langs om me specifiek te complimenteren met onze resultaten. Ik heb dat compliment direct doorgespeeld aan het team. Het was toch vooral hun prestatie om dit voor elkaar te krijgen.

COACH: Nou gefeliciteerd zeg! Wow, Ik vind dat je echt een prima prestatie hebt geleverd.

FRANK: Bedankt.

COACH: Geen dank. Dus, wat zou je nu willen bespreken?

FRANK: Ik ben blij dat je dat vraagt want ik denk dat ik nu geen verder advies nodig heb over de financiële resultaten. Ik denk dat we nu op de goede weg zijn en wel weten hoe vanaf hier ermee verder moeten.

COACH: Ok.

FRANK: Omdat we nu een uur tot onze beschikking hebben vroeg ik me af of we misschien over mijn carrière kunnen praten? Ik vertelde je dat ik ambitieus ben en graag een promotie zou willen. Maar ik weet niet goed hoe ik dat moet aanpakken. Is dat iets wat we zouden kunnen bespreken?

COACH: Natuurlijk. Wat zou een goede manier zijn om dat onderwerp te bespreken?

Zie ook hier

naar boven


Mark is adjunct-directeur op een school voor speciaal onderwijs. Hij heeft zich al meerdere malen geërgerd aan het feit dat er op de glasplaat van het kopieerapparaat typex zit. Wanneer medewerkers correcties maken op hun document laten zij de typex vaak onvoldoende lang opdrogen waardoor het op de glasplaat van het kopieerapparaat blijft plakken. Nu is er wel een vloeistof waarmee de typex kan worden opgelost en verwijderd maar die mag niet op de glasplaat gebruikt worden omdat het deze kan beschadigen. Mark heeft zijn medewerkers en collega's al eens aangesproken op hun gedrag: "Is het nu zo moeilijk om je typex even te laten opdrogen? Kom op mensen!" Blijkbaar heeft het niet gewerkt want het blijft gebeuren. Wat nu? Moet Mark nu nog bozer worden? Moet hij aan de orde stellen hoe oncollegiaal dit is? Moet hij proberen erachter te komen waarom collega's zich zo ongedisciplineerd gedragen? Wat is hier de oorzaak van? Is dit een teken van vervagend normbesef? Mark besluit om dit allemaal niet te gaan onderzoeken. In plaats daarvan koopt hij voor iedereen een typex rollertje. Het voordeel hiervan is dat de aangebrachte stof direct droog is. Iedereen is tevreden en het kopieerapparaat blijft schoon. Een kleine stap die de oorzaak van het probleem negeert maar het probleem wel oplost! (Bron: Mark Leek).

zie ook hier.

 

naar boven


Advocaat van de Duivel

Een management team ontwikkelde een nieuw strategisch marketing beleid. Peter had als voorzitter van het management team zich de afgelopen maanden nogal geërgerd aan Evert, de controller. Wat hem stoorde aan het optreden van Evert is dat deze bij allerlei onderwerpen door de andere teamleden als negatief en te kritisch werd ervaren. Evert deed in de ogen van zijn collega’s vaak moeilijk en kwam met bezwaren die lang niet altijd relevant werden gevonden. Peter wilde deze sessie tot een succes maken. Onderdeel daarvan was dat iedereen actief betrokken zou zijn bij het ontwerpen van de nieuwe strategie zodat ook het draagvlak ervoor maximaal zou zijn. Hij vroeg zich expliciet af hoe hij Everts kritische opstelling nuttig kon maken in dit strategiebepalingproces. Hij realiseerde zich dat de ontwikkelde strategie in een later stadium moest worden gecommuniceerd naar alle stakeholders van de organisatie, zoals het personeel en de raad van commissarissen. Die stakeholers zouden veel kritische vragen gaan stellen over de ontwikkelde strategie wist Peter. Everts kritische aanpak zou kunnen helpen om het team goed voor te bereiden op alle mogelijke tegenwerpingen die stakeholders laten zouden kunnen naar voren brengen. Hij richtte het vergaderproces zo in dat de eerste fase gericht was het in kaart brengen en beoordelen van de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen en het formuleren van een eerste opzet van de strategie. In de tweede fase had hij Evert een expliciete rol als advocaat van de duivel toegekend. Evert speelde deze rol met verve en tot ieders genoegen leverde Everts kritische benadering een nadrukkelijke verbetering van de plannen op. (Bron). Zie ook hier.

naar boven


Productiviteitsverbetering 

Karel wil de productiviteit van zijn team verbeteren omdat die de laatste maanden duidelijk te laag is geweest. Het team zit nu op een productiviteitsniveau van 49%, terwijl de maandtarget 63% is. Karel’s korte termijn doel is om terug te komen op target binnen drie maanden. Zo zal het voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn dat het team weer op de goede weg is. Het zou meer baanzekerheid voor iedereen in het team betekenen. Het zou ervoor zorgen dat de business unit manager zich minder zorgen maakt over het team en het team minder op de huid zit. Het zou ook goed zijn voor Karels reputatie. Het zou bewijzen dat hij in staat is om een slecht presterend team te veranderen in een goed functionerend team. Karel bedenkt hoe hij eerder een minder goed teamresultaat heeft weten om te buigen naar een goed resultaat. Hij had een teamvergadering belegd waarin hij alle informatie aan het team voorlegde en zijn zorgen uitsprak. Hij vroeg het team om ideeën om de financiële performance te verbeteren. Dit leidde er toen toe dat er verschillende goede ideeën naar voren kwamen. Karel merkte dat de teamleden na dit overleg meer afspraken met klanten maakten, elkaar beter hielpen en dat de omzet zich snel verbeterde. Karel realiseert zich dat het de volgende dingen goed werkten: het volledig informeren van de teamleden, het delen van zijn zorgen en het activeren van eenieder om te komen tot betere prestaties zonder de teamleden te gaan uitleggen hoe zij die moesten bereiken. Karel belegt opnieuw een teamvergadering en doet dezelfde dingen. Opnieuw leidt dit tot een snelle opleving van de omzet. De oplossingen bleken in potentie al aanwezig te zijn in het team maar nog niet ten volle benut te worden. Door Karels interventie zijn zij tot uiting gekomen en aangewend om de gewenste resultaten te bereiken. (Bron)

naar boven


Het MT is boos!

De directeur van een belangenorganisatie vroeg twee oplossingsgerichte adviseurs om snel te helpen met noodzakelijke verbeteringen bij beoordelen. Het systeem moest verbeterd en de medewerkers en leidinggevenden moesten getraind worden. Het doel was de komende beoordelingsronde beter te laten verlopen dan die van vorig jaar. Het werk moest in twee weken gebeuren. De twee adviseurs hielpen eerst met de aanpassingen in het systeem, overlegden daarover met de directeur en het hoofd HR en een week later vond de training plaats. Eerst 1 uur met alle medewerkers en alle leidinggevenden, toen 1,5 uur met alle medewerkers en toen 1 uur met alle leidinggevenden. Voor elk onderdeel van de training waren oefeningen om te kunnen werken met het nieuwe beoordelingssysteem. Tijdens het eerste uur werd het systeem gepresenteerd aan alle medewerkers en alle leidinggevenden. Het werd al snel duidelijk dat de leidinggevenden zeer onaangenaam verrast waren. De stoom kwam hen uit de oren. De sfeer werd grimmig en er broeide onderhuidse spanning. De twee oplossingsgerichte adviseurs werden in de pauze op het matje geroepen; het MT was boos! Ze stelden dat ze met dit nieuwe beoordelingssysteem NIET konden werken. De training voor medewerkers én de training voor leidinggevenden dreigde te worden gecancelled en er was in een pauze van 10 minuten spoedoverleg met het hele MT en de twee adviseurs. Het MT was niet op de hoogte gesteld van het nieuwe  beoordelingssysteem en stelde dat zij er niets mee konden! In het spoedoverleg zetten de adviseurs de volgende oplossingsgerichte stappen:

  1. zij erkenden dat de MT leden onaangenaam verrast waren over het nieuwe beoordelingssysteem (zonder mee te gaan in de discussie wie de schuldige daarvan was)

  2. zij vroegen door op waar het probleem van de MT leden lag en dat bleek te liggen op het moeten selecteren van competenties die beoordeeld gingen worden en de angst dat ieder van hen anders met de beoordelingsscores zou omgaan

Toen duidelijk was waar het probleem lag stelden zij de vraag "wat moet er in het uur zometeen met alle leidinggevenden gebeuren wil het een nuttige sessie voor jullie zijn". De leidinggevenden kwamen daar niet zo goed uit en de pauze was voorbij. De adviseurs hadden wel toestemming om door te gaan met de training voor medewerkers. Na die training volgde de bijeenkomst met de leidinggevenden. Nu wisten de leidinggevenden wel een antwoord op de eerder gestelde "nuttigvraag". Hun probleem was erkend en zij mochten nu de agenda van de bijeenkomst bepalen. Daaraan wilden ze wel meewerken. Ze wilden graag procedurele afspraken over hoe ze hun beoordelingen op elkaar gingen afstemmen en ze wilden graag hulp bij het kiezen van te beoordelen competenties. Het gehele trainingsprogramma voor leidinggevenden werd aan de kant gelegd en de adviseurs maakten met de leidinggevenden een competentiematrix en afspraken over de te volgen werkwijze. De leidinggevenden waren na afloop van die sessie opgelucht en gaven aan nu wel met het nieuwe systeem de beoordelingsronde in te kunnen. Ze gaven aan graag na afloop van de beoordelingsronde een volgende kwaliteitsverbetering in het beoordelingssysteem te willen aanbrengen, met behulp van de twee adviseurs. (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2004)

naar boven


Wereldreis

Angele is een adviseur bij een groot organisatieadviesbureau en heeft al heel wat hulpverleningsrelaties achter de rug. Zij heeft een sabbatical leave aangevraagd en gekregen en gaat over drie weken op wereldreis. Ze heeft echter afgesproken met haar leidinggevende dat zij een coachingstraject gaat starten wanneer zij terugkomt van de wereldreis. Haar leidinggevende wil van haar weten of deze baan nu echt iets voor haar is, voor de langere termijn. Angele begrijpt die vraag wel en wil het zelf eigenlijk ook wel weten. Angele heeft een zeer problematische jeugd gehad en het heeft haar in het leven niet meegezeten. Ze heeft net haar liefdesrelatie beëindigd wanneer zij het intake gesprek met een coach heeft. Zij vertelt de coach over haar leven en over hoe het haar is vergaan. De coach luistert en erkent hoe zwaar zij het heeft gehad. Vervolgens geeft zij aan dat zij een loopbaanvraag heeft; welk werk past bij haar? Zij wil die vraag graag verkennen als ze terug komt van haar wereldreis. Maar ze heeft geen behoefte aan uitgebreide analyses van haar persoonlijkheid. Ze is al twee keer in therapie geweest en heeft al drie keer een assessment gedaan, en dat pad wil ze niet nog een keertje op. De coach kan daarmee zeker instemmen. Hij geeft Angele complimenten voor haar avontuurlijke inslag waarmee ze op wereldreis gaat en voor haar kracht om zo vorm te geven aan haar leven na vele tegenslagen die zij heeft gehad. Vervolgens erkent de coach dat Angele geen behoefte heeft aan uitgebreide analyses van haar persoonlijkheid, en hij vraagt haar wat zij daarvoor in de plaats zou willen dat er zou gebeuren? Angele beantwoordt zijn vraag met enthousiasme, duidelijk opgelucht dat hij haar niet gaat overtuigen van iets dat zij niet wil. Na een half jaar komt Angele terug van de wereldreis en belt zij de coach. Zij bedankt hem voor het intakegesprek en zegt dat ze geen coaching wil verder; ze gaat nog een jaar op reis! (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2004).

naar boven


Van breedsprakigheid naar bondigheid

Een leidinggevende wilde dat zijn medewerker Henk niet zo breedsprakig was. Die breedsprakigheid ontnam collega’s de gelegenheid om hun zegje te doen en werkte in de hand dat collega’s vaak bij voorbaat al geïrriteerd raakten als Henk iets begon te vertellen. In plaats van tegen Henk te zeggen: ‘Je moet eens ophouden met zo breedsprakig te zijn’ zei de leidinggevende: ‘Jouw effectiviteit in vergadering is vooral sterk wanneer je bondig je punt naar voren brengt en ik zou graag zien dat je leert vaker bondig te spreken. Je collega’s zullen dan meer aandacht hebben voor wat je zegt en meer gelegenheid krijgen om te reageren.’ Henk wilde graag meer uitleg. De leidinggevende gaf een voorbeeld van een situatie waarin Henk iets bondiger had gesproken en beschreef hoe goed de situatie toen liep. Vervolgens vroeg hij aan Henk hoe hij toen zo bondig had kunnen zijn. Henk herinnerde zich de situatie en weet nog dat hij die vergadering wat kort was geweest omdat hij haast had. Hij herinnerde zich ook dat de bespreking van het onderwerp inderdaad wonderwel bleek te verlopen en dat hij zich na afloop van de vergadering tevreden voelde. (Bron)

naar boven


Nieuwe procedure

Marc werkt zelden volgens de nieuwe werkprocedure waardoor hij vaak in onverwachte situaties komt die hem extra tijd kosten. Hij realiseert zich dit maar zegt dat hij vaak vergeet volgens de procedure te werken. Anne, zijn manager, merkt dat Marc de werkprocedure af en toe wel gebruikt. Ze vraagt Marc hoe het komt dat hij soms de procedure wel volgt. Hij zegt: "Inderdaad, vaak is dat op woensdag." Anne reageert: Aha, is dat zo? En hoe lukt het je om het op woensdag niet te vergeten?" Marc antwoordt: "Op woensdag is het vaak druk, dan wil ik niet het risico lopen dat ik uit de planning loop. Daarom kijk ik dinsdag aan het eind van de dag altijd even in de planning en als het dan druk is dat leg ik de procedure alvast klaar voor de volgende dag." Anne complimenteert hem: "Goed bedacht om de dag ervoor alvast even te kijken en het dan klaar te leggen!", waarop Marc reageert: "Inderdaad…..ik ga dat maar eens vaker doen". (Bron). 

naar boven


Hier heb ik geen tijd voor!

j0316772.jpg (30381 bytes)Jacob wil als extern adviseur proberen er meer opdrachten te verkrijgen bij de organisatie waarvoor hij werkt. Via zijn contactpersoon slaagt hij erin een afspraak te maken met diens baas, Martin. Als Jacob enkele weken later zijn opwachting maakt bij Martin, blijkt deze niet goed geïnformeerd te zijn over de aard van het gesprek en hij is allesbehalve blij wanneer hij daarachter komt: "Had ik dat geweten...Hier heb ik eigenlijk helemaal geen tijd voor!" Jacob reageert oplossingsgericht. Hij zegt dat hij het zich kan voorstellen dat het dan wel een onaangename verrassing voor Martin moet zijn dat hij er opeens is en geeft aan dat hij Martin's tijd niet zal verdoen. Hij vraagt: "Hoeveel tijd hebt u, 15 minuten? "Nee", zegt Martin dan met een glimlach, "Nu je hier toch zit, laten we er maar een half uurtje van maken." Vervolgens vraagt Martin wat Jacob zoal doet bij zijn organisatie en Jacob vertelt in twee minuten wat hij doet, wie hij kent en welke diensten hij verder nog levert. Eén woord triggert Martin: "Managementcoaching... hé... doe jij dat dan ook?" Martin geeft vervolgens aan niet helemaal tevreden te zijn over de manier waarop managementcoaching nu plaatsvindt binnen de organisatie en geeft Jacob zo de mogelijkheid om de vier stappen van oplossingsgerichte acquisitie te doorlopen: 

  • stap 1. relatie leggen en hulpvraag creëren: Martin geeft aan problemen te hebben met de  huidige manier waarop managementcoaching plaatsvindt 

  • stap 2. gewenste succes beschrijven: Jacob helpt Martin te verwoorden hoe hij de managementcoaching wel zou willen hebben 

  • stap 3. voorstel doen: Jacob suggereert dat hij een aanpak zou kunnen opstellen om Martin's gewenste succes dichterbij te brengen 

  • stap 4. opdracht verwerven: Jacob maakt procedurele afspraken met Martin over het tijdspad en het vervolg. 

Zo weet Jacob binnen een half uur van een niet geïnteresseerde potentiële klant een klant te maken. 

naar boven


Constructief teamlid

Sandra geeft leiding aan Edward die haar regelmatig kopzorgen bezorgt. Edward is vaak overmatig kritisch en lijkt zijn klanten belangrijker te vinden dan wat hij afspreekt met zijn manager. Sandra probeert meestal om zeer goed rekening te houden met hem maar zonder veel succes. Nu heeft de afdeling besloten zich meer te gaan concentreren op haar kerntaken en om een bepaalde dienst niet meer te leveren. Hierop briest Edward: “Ik sta hier niet achter! Mijn klant is tevreden en ik ga gewoon door met het leveren van die dienst.” Sandra kookt inwendig en weet niet hoe ze moet reageren. Lees verder....

naar boven


Slechte arbeidsomstandigheden

Annemarie is een zeer betrokken en succesvol adviseur, die al heel veel heeft bereikt voor haar jonge leeftijd. Ze werkt sinds een half jaar bij een turbulente organisatie, die vanuit een gesubsidieerde situatie een commercieel bedrijf moet gaan worden. Ze komt tijdens het derde coachingsgesprek binnen met het probleem van de slechte arbeidsomstandigheden (de temperatuur is veel te hoog in het kantoor (35-40 graden) en de ramen kunnen niet open). Ze wil heel graag thuis werken, maar heeft geen internetaansluiting thuis en de office manager doet veel toezeggingen maar er is nog steeds geen resultaat. Het zit haar dusdanig hoog dat ze erover denkt om haar baan op te zeggen. Ze kan zich niet concentreren op het werk, terwijl ze juist zo graag goede prestaties wil leveren. Ze heeft al zoveel geprobeerd om de omstandigheden te verbeteren, maar ze loopt telkens tegen de muur. Iedereen is het met haar eens, maar niemand doet er iets aan. En als ze nu in staat was om thuis te werken, dan kon ze tenminste ontsnappen aan de slechte omstandigheden op het kantoor. Annemarie komt er in de coachingssessie achter dat ze de bereidheid heeft om nog een ding te proberen, voordat ze tot zoiets drastisch als het opzeggen van haar baan overgaat. Samen met de coach komt ze erachter dat ze al eens eerder iets gedaan wilde krijgen van de office manager wat lastig was. In dat geval heeft ze echter haar doel goed bereikt. Ze exploreert ze hoe ze in het verleden succesvol is omgegaan met de office manager. Het blijkt dat ze goed met de office manager kan samenwerken en gedaan krijgt wat ze wil wanneer ze o.a. haar hulp en ondersteuning aanbiedt aan de office manager. Wanneer ze dat doet voelt de office manager zich gewaardeerd in haar positie en tegelijkertijd geholpen, wat tot snelle resultaten leidt. Annemarie neemt zich voor dit te gaan proberen. De volgende coachingssessie meldt ze dat het goed heeft gewerkt; de internetaansluiting thuis is gerealiseerd (en het temperatuursprobleem is opgelost…). Ze kan zich nu veel beter concentreren en werkt beter en met meer plezier (Gwenda Schlundt Bodien, 2003)

naar boven


Slecht humeur

Eric heeft een slecht humeur. Onder druk heeft hij de neiging om verbaal uit te vallen naar de mensen om hem heen. Hij kan eigenlijk niet goed begrijpen waarom hij zo is. Hij heeft het gevoel dat hij misschien zijn gevoelens te veel onderdrukt, thuis niet gelukkig is, zich zorgen maakt om geld –er zijn veel dingen die het zouden kunnen veroorzaken. Zijn coach, die de oplossingsgerichte methode gebruikt, zet al die oorzaken aan de kant en vraagt hem wanneer hij het minst de neiging heeft om zijn humeur te verliezen. Eric komt erachter dat hij zich ´s ochtends beter kan beheersen, als hij minder moe is. Hij realiseert zich ook dat hij minder gestrest raakt als hij van zijn eigen bureau weg is. Hij vindt constante onderbrekingen zeer moeilijk om mee om te gaan en deze gebeuren sneller als hij makkelijk beschikbaar is. Eric begint om zijn meer belangrijke besprekingen in de morgen te plannen en om het grootste deel van zijn belangrijke werk aan het begin van de dag gedaan te krijgen. Hij begint ook om één dag per week van huis uit te gaan werken en hij probeert het werk dat ongestoorde concentratie vereist op te sparen voor die dag. Hij vraagt mensen om hem niet bellen op die dag, tenzij het van vitaal belang is. (Bron: Greene, J & Grant A.M (2003) Solution-focused Coaching London: Momentum Press)

naar boven


De nieuwe inspecteur

Een chemische fabriek die altijd veel aandacht aan veiligheid had besteed dreigde nu te worden gesloten door een nieuwe veiligheidsinspecteur. De samenwerking met veiligheidsinspecteurs was altijd redelijk geweest maar deze nieuwe inspecteur was formeel en niet samenwerkend. Teamleden probeerden de samenwerking met hem te verbeteren maar dit was zonder succes. Negatieve verhalen gingen de ronde doen en er ontstond een sfeer van moedeloosheid in de fabriek. Het team vroeg adviseurs Paul Z. Jackson en Mark McKergow om te helpen bij dit probleem. Mark en Paul vroegen het team om hun beste ontmoetingen met de inspecteur te beoordelen op een schaal van 0 tot 10. Eén brieste meteen: " een 0!" Mark en Paul pauzeerden en wachtten. "...behalve die ene keer, toen het voor 20 seconden een 3 was...." Plotseling was er een sprankje hoop. De essentie van de oplossing, zo dachten Paul en Mark, lag in die paar seconden. Toen zij de manager vroegen wat hij had gedaan om deze dramatische, zij het korte, verbetering te bewerkstelligen, zei hij: "Eigenlijk denk ik dat ik even een moment stopte met hem onder druk zetten en hem een moment om te denken gaf." De stemming van de vergadering veranderde voelbaar. Ieder teamlid bedacht wat zij hadden gedaan in hun beste ontmoetingen met de inspecteur en op basis hiervan stelden zij een lijst op van 14 actiepunten die ze snel, eenvoudig en goedkoop konden uitvoeren om hen één puntje hoger op de schaal te krijgen. Op de lijst stonden onder andere: minder mensen bij de vergadering betrekken, naamkaartjes dragen en de inspecteur uitgebreider communiceren over belangrijke vragen en knelpunten. De persoon die het meeste contact met de inspecteur had hield bij welke acties het beste werkten. In plaats van doemdenken over hun gebrek aan beinvloedingsmogelijkheden, zeiden de managers dat zij het verfrissend vonden om te analyseren wat er goed ging in plaats van wat er fout ging. Toen Paul en Mark enige weken later terugkwamen liep alles veel beter. De dreiging van een officiele waarschuwing was uit de lucht en het project liep weer op koers. Eén manager zei dat ze wist dat zij werkelijk progressie maakten toen de ´onpersoonlijke´ inspecteur had gevraagd naar het recente vakantie! (bron: Jackson & McKergow, 2003).  

naar boven


Positieve geruchten

Robert is een teammanager die een nieuwe medewerker in zijn team krijgt. Deze medewerker, Diana, is overgeplaatst door de Algemeen Directeur, nadat Diana op haar vorige afdeling een conflict heeft gehad. Vlak nadat Diana bij Robert op de afdeling is begonnen, krijgt Robert bezoek van de Algemeen Directeur. Hij waarschuwt Robert: "Diana is een probleem. Ze is erg negatief. Ik vind dat deze functie echt haar laatste kans is. Negatievelingen kunnen we bij ons bedrijf niet gebruiken." Robert is wat verbaasd door deze mededeling. Hij kent Diana al langer en is zeer te spreken over haar betrokkenheid en kritisch vermogen. Hij overweegt even om Diana te verdedigen maar dat doet hij niet. In plaats daarvan denkt hij even rustig na en zegt vervolgens: "Bedankt dat je me hierop wijst. Wat zou je ervan zeggen als we over een half jaar eens met elkaar bespreken hoe het gaat met Diana?" Dat vindt de directeur een uitstekend idee. Na enige tijd functioneert Diana prima in het team van Robert, precies zoals hij verwacht had. Ze wordt gewaardeerd om haar scherpzinnigheid en betrokkenheid en ze behoedt collega´s regelmatig voor fouten. Robert overweegt om dit te melden bij de directeur maar hij realiseert zich dat de directeur iemand is die zich niet makkelijk laat overtuigen. Daarom besluit hij tot een andere aanpak. Hij begint positieve geruchten over Diana te verspreiden. Geruchten, die echter volledig op waarheid berusten, over haar betrokkenheid, over hoe goed ze in het team past enzovoorts. Robert vertrouwt erop dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de directeur ervan zal horen. En inderdaad! Al binnen enkele weken spreekt de directeur Robert aan en zegt met een wat verbaasde glimlach: " Ik hoor uitstekend dingen over Diana...." Robert overweegt even om te zeggen dat hij niet anders verwacht had maar doet dat niet. De directeur zegt: "Ik denk dat ze in jouw team toch beter op haar plaats is." Robert knikt en zegt: "Bedankt voor jouw interventie. Ik denk dat Diana mede daardoor veel beter tot haar recht komt in ons bedrijf. Robert realiseert zich dat er drie winnaars zijn in dit proces.  (Coert Visser, 2003). Zie ook hier.

naar boven


Customer service op de piste

Lynn Johnson, een Amerikaanse oplossingsgericht consultant, legt uit hoe hij een oplossingsgerichte houding in zijn werk gebruikt. ´Ik adviseerde een skischool in de bergen boven Salt Lake City. Men vroeg mij om hen te trainen in goede customer service, dus ik stelde een vraag: "Stel dat je feedbackformulieren hebt van de laatste 100 cursisten die je hebt gehad. Stel dat 90 procent van de beoordelingen gunstig zijn en dat 10 procent negatief is. Je doet een follow-up met diepgaande gesprekken en je kunt maar met één groep mensen praten. Welke groep zou je willen interviewen?" Men antwoordde: "De 10 procent die niet tevreden is." Daar ben ik het niet mee eens", zei ik. "Je wilt de 90 procent interviewen die tevreden is. Weet je echt zeker dat de cursus het maximale biedt aan mensen die willen leren skiën? Weet je zeker dat je begrijpt wat je goed hebt gedaan? Zou het kunnen dat je per ongeluk iets deed wat een student echt leuk vond? Zou je willen weten wat dat was? De skischool vond het "zoeken naar wat je goed doet" prachtig en de volgende maand hoorde ik enkele inspirerende verhalen over deze school. een van de beste: het hoofd opleidingen van de skischool gaf een les aan een bekende figuur uit de lokale media. Zij vroeg hem: "Wat zou u vandaag willen leren?" Hij antwoordde dat hij wilde leren hoe hij op de papsneeuw moest skiën. Vervolgens vroeg zij hem: "Wat was er anders tijdens de keren dat je heel goed op de papsneeuw skiede?" Hij dacht even na, grinnikte en zei: "Dat is een hele goeie vraag!" De les was een groot succes en de skischool had een nieuwe vriend bij de media.´ (Bron: Oplossingsgericht denken, Jackson & McKergow, 2003).

naar boven


Botte communicatie

John is een 35 jarige projectmanager die een externe coaching van zijn baas kreeg aangeboden. John functioneerde in het algemeen goed maar men vond dat hij vaak nogal bot communiceerde. Het doel van de coaching was om John te helpen zijn om zijn communicatieve vaardigheden te verbeteren en om meer tactvol en bewust te communiceren. John en zijn coach probeerden situaties te vinden waarin John al tactvol en bewust had gecommuniceerd. Samen exploreerden ze deze situaties en identificeerden welke gedragingen van John hadden geholpen bij het tactvol en bewust communiceren. door dit te doen kwamen ze erachter dat een aantal dingen heel goed werkte, zoals niet direct reageren maar eerst even de tijd nemen, hulp vragen van anderen etc. In de volgende weken paste john deze oplossingen heel bewust toe. Het liep prima. John pastte zijn nieuwe vaardigheden zelfs toe in het solliciteren naar een nieuwe functie in zijn bedrijf. Hij werd aangenomen (bron: Coert Visser, 2002).

naar boven


Paal en perk

Carolien is al drie jaar verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in een IT-consultancy bedrijf. Ze is als een spin in het web, werkt vreselijk hard en is naar eigen zeggen op weg naar overspannenheid. Ze heeft wel alle verantwoordelijkheid, maar niet de bijbehorende bevoegdheden, haar beslissingen worden onderuitgehaald door een soms opeens aanwezige baas. Ze slaapt steeds langer uit en krijgt last van emotionele instabiliteit. Haar zelfvertrouwen slinkt en ze voelt zich een mislukkeling. In het coachingsgesprek stelt de coach haar de vraag "hoe heb je het al die jaren overleefd?" Ze antwoordt dat dit komt doordat ze zoveel passie heeft, een vechter is, veel doorzettingsvermogen heeft, vasthoudend en ambitieus is en zich niet laat kisten! De coach vraagt: "Hoe kunnen anderen aan jou zien dat je zo´n vechter bent en je niet laat kisten?" Ze antwoordt dat dit de laatste tijd steeds minder te zien is, maar dat ze momenten heeft waarop ze haar grenzen stelt, voor zichzelf opkomt. Het gesprek bouwt voort op die momenten en op wat er toen beter ging. Weer terug in het werk verbaast Carolien zichzelf door opeens paal en perk te stellen en voor zichzelf op te komen. (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2002)

naar boven


Fusie tussen twee banken

Bij een fusie tussen twee grote banken werd een werkgroep opgericht die dit 'merging' proces zou begeleiden. De voorzitter van de werkgroep was zich zeer goed bewust van het feit dat een concurrentiestrijd zou kunnen ontstaan tussen de medewerkers van de fusiepartners. Door eerst iedereen te vragen welke elementen ze uit hun vorige onderneming zeker zouden willen bewaren en behouden, gaf hij iedereen de gelegenheid constructieve voorstellen ter tafel te brengen. Vervolgens deed hij een rondje met alle betrokkenen om tot consensus te komen omtrent de doelstelling van de werkgroep fusiebegeleiding. Hieruit distilleerde hij een slagzin die als leidraad zou dienen bij het verder verloop van het proces. De slagzin 'Het beste van beiden' werd gekozen. Telkens als er in de loop van het fusieproces spanningen ontstonden kon de projectleider terugvallen op deze contextmarkeerder, waardoor het voor alle betrokkenen makkelijker was de valkuilen te vermijden waarop dit soort processen vaak stranden. Het hielp de twee banken om in korte tijd hun werkwijze zowel intern als extern op elkaar af te stemmen. (Bron: Louis Cauffman)

naar boven


Veiligheidsbrillen

Het management van een Italiaans chemisch bedrijf wilde dat medewerkers veiligheidsbrillen droegen. De medewerkers deden dit echter maar mondjesmaat. Ze hielden een oplossingsgerichte sessie om dit probleem op te lossen. Ze zochten naar positieve uitzonderingen. Eén manager stelde de vraag: "Wanneer dragen de medewerkers eigenlijk wèl brillen?" En de managers realiseerden zich dat hun medewerkers maar wat graag stoere, moderne zonnebrillen droegen met spiegelglazen. Toen bedachten ze om speciaal veiligheidsbrillen te laten maken met spiegelglazen. Het resultaat was dat de medewerkers de veiligheidsbrillen acuut begonnen  te dragen! Een zeer kleine verandering in het ontwerp leidde tot een belangrijke verandering in het gedrag van de medewerkers en tot een hogere veiligheid (bron: Jackson & McKergow, 2001).  

naar boven


Wachten op de verhuizing

 

Een klein team was in afwachting van een verhuizing naar een nieuw kantoor. De oplevering was vertraagd, ze wisten niet wanneer de verhuizing zou plaatsvinden en het team functioneerde niet meer effectief. Toen de teamleden werd gevraagd naar hun "perfecte toekomst" (hoe zou het er volgende week uitzien als er een wonder heeft plaatsgevonden?") zeiden ze, uiteraard, dat ze zouden zijn verhuisd naar het nieuwe kantoor. Toen er daarna gevraagd werd naar wat dat voor verschil zou maken, zeiden ze dat ze dan een project zouden starten om nieuwe mogelijkheden voor het team te onderzoeken, contact zouden leggen met investeerders en een deel van het team zou mogelijkheden voor flexibele werktijden onderzoeken. Een lange lijst ontstond. Toen zei één van de teamleden: "wacht eens even, voor de meeste van deze dingen hebben we hebben geen nieuw gebouw nodig". Ze had gelijk; grote delen van de perfecte toekomst konden al in gang gezet worden voor de verhuizing. Op de een of andere manier had de verhuizing, waarover ze weinig controle hadden, al het andere overschaduwd. Door onder de aandacht te brengen wat ze nu konden doen en veranderen maakte het team onmiddellijk progressie. (bron: P. Z Jackson & M. McKergow)

naar boven


P&O-manager hervindt grip

Een manager P&O had zichzelf nog drie maanden de tijd gegeven om zijn werk beter onder controle te krijgen, omdat hij aan alles merkte dat hij op overspannenheid afkoerste. In de eerste sessie werd al snel de vraag gesteld: "Tussen de dag waarop je de afspraak met mij maakte en nu, wat gaat er beter?" Dat bleek al heel wat te zijn; de manager P&O hield meer de vinger aan de pols wat betreft zijn werktijden, probeerde elke dag minstens één pauze te nemen, had de keuze gemaakt zich niet meer te laten voortdrijven door het werk maar prioriteiten te gaan stellen en had dit ook al besproken met zijn leidinggevende. Deze acties boden aanknopingspunten voor het bespreken van de manier waarop de manager P&O zijn doelen kon bereiken. Die doelen werden in de eerste sessie op een onorthodoxe wijze geformuleerd, namelijk met behulp van de zogenaamde wondervraag. "Stel, je gaat vanavond slapen en 's nachts gebeurt er een wonder. En dat wonder houdt in dat het probleem waarmee je naar dit gesprek kwam is opgelost. Maar je weet het niet want je sliep. Waaraan zou je morgenochtend als je wakker werd merken dat het wonder had plaatsgevonden? Wat zou jij dan anders doen? Waaraan zouden anderen merken dat het wonder is gebeurd?" Na een eerste onwennigheid met deze wat vreemde vraag, bleek de P&O manager in staat om een gedetailleerd plaatje te schetsen van de situatie na het wonder. De drie overige coachingssessies hoefden de coach en de manager P&O eigenlijk alleen maar voort te borduren op die eerste sessie, en te constateren dat de P&O manager zeer goed bezig was om de situatie na het wonder realiteit te laten worden. (bron: Schlundt Bodien en Visser, 2001)

naar boven


Positieve paranoia in teambuilding

Het ontdekken van kwaliteiten is een zeer belangrijk onderdeel van oplossingsgericht werken. Ben Furman, een ervaren oplossingsgerichte adviseur uit Finland, begeleidde een teambuilding. Hij deed een oefening met ze die hij 'positieve paranoia' noemt. Het werkt zo: het team splitst zich op in koppels. En ieder paar bedenkt iets om de komende weken te gaan doen dat nuttig is voor het team. Maar ze mogen niet vertellen wat het is dat ze gaan doen, zelfs niet op het moment dat ze het doen. De anderen moeten allemaal proberen te ontdekken wanneer de koppels hun positieve bijdrage leveren. Dit creëert een zeer coöperatieve sfeer. Natuurlijk vinden de teamleden voorbeelden van positief gedrag. Maar vaak wanneer ze denken het geheime nuttige gedrag te hebben gevonden, blijkt dat dat het bedachte positieve gedrag helemaal niet was. Er blijken met andere woorden zeer veel voorbeelden van nuttige bijdragen te worden opgemerkt door de verschillende teamleden. Er ontstaat als het ware een positieve paranoia. Men wordt zich veel bewuster van hoeveel nuttige en positieve gedragingen er zoal plaatsvinden in het team. De interactie verbetert sterk. (Bron: Ben Furman)

naar boven


Doornemen van de stand van zaken

Ronald is een personeelsfunctionaris die een stapje hogerop wil komen. Zijn baas vindt dat hij daarvoor een aantal dingen beter moet gaan doen. Eén van die dingen is het nakomen van afspraken. Ronald gaat akkoord met de door zijn baas geformuleerde doelen, maar tijdens het eerste coachingsgesprek blijkt dat hij danig beledigd is door deze eis van zijn baas. Hij heeft dan ook weerstand tegen het bedenken van oplossingen voor het beter nakomen van zijn afspraken. Hij komt zijn afspraken in zijn ogen goed na. In het coachingsgesprek gaat de coach op zoek naar het doel van Ronald. Zijn doel blijkt te zijn: manieren vinden om af te zijn van het gezeur van zijn baas over het nakomen van afspraken. Zijn oplossing wordt: wekelijks doornemen van de stand van zaken van acties met zijn baas, zodat die baas het gevoel heeft dat Ronald zijn afspraken nakomt en Ronald dus af is van zijn gezeur (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2002).

naar boven


Benutten van perfectionisme

Marian is een hard werkende salarisadministrateur die zich wild ergert aan fouten van zichzelf en anderen. Na enkele jaren hard ploeteren komt zij thuis te zitten met een burnout. In een gesprek met een oplossingsgerichte coach brengt zij naar voren dat zij perfectionistisch is en dat haar dat teveel kost. Zij vindt het echter heel goed om perfectionistisch te zijn en wil deze eigenschap niet kwijt. Samen exploreren de coach en Marian hoe zij haar perfectionisme kan gebruiken om in de toekomst haar werk beter aan te kunnen. Zij stelt vast dat er dagen zijn in het werk waarop het beter gaat. Dat zijn de dagen waarop zij niveaus aanbrengt in haar perfectionisme; niet meer alles in één keer 100% goed doen, maar het werk opdelen in kleinere onderdelen en elk onderdeeltje 100% perfect uitvoeren. Ze gaat op die manier weer aan het werk. Het werkt prima. (Bron: Gwenda Schlundt Bodien)

naar boven


Slechte presentatievaardigheden?

Jenny, een manager bij een adviesbureau klaagde bij haar collegamanager Henk over een van haar adviseurs: "Richard is slecht in het geven van presentaties. Hij praat veel te veel en luistert niet naar de klant. Ik zit erover te denken hem binnenkort te vertellen dat hij geen presentaties meer mag doen bij klanten." Henk reageerde oplossingsgericht: "Je zou willen dat hij meer ruimte biedt voor de klant en beter aansluit?" Jenny antwoordde: "Precies! Het probleem is alleen dat hij dat NOOIT doet..." Henk vroeg: "Heb je hem misschien ooit al eens iets beter zien luisteren en aansluiten?". Toen herinnerde Jenny zich dat dat inderdaad zo was." Toevallig heeft hij vorige maand een presentatie gegeven die heel goed liep. Wat er goed aan was, was dat hij niet constant aan het woord was. Hierdoor kwam de klant met allerlei eigen ideeën die we goed hebben kunnen toepassen." Henk adviseerde Jenny om alsnog eens bij Richard terug te komen op die geslaagde presentatie om hem er mee te complimenteren en om erachter te komen hoe het kwam dat Richard zich zo effectief opstelde die keer. Jenny deed dit. Richard kreeg waardevolle feedback over wanneer hij effectief was en kreeg meer zelfvertrouwen. Jenny's vertrouwen in Richard's presentatievaardigheden namen ook toe. (bron: Coert Visser). Zie ook hier.  

naar boven


Slecht presterend team

Twee adviseurs werden gevraagd een slecht presterend team te helpen van telefonisten/receptionisten, veiligheidspersoneel en hun directe lijnmanagers. Toen de adviseurs hen ontmoetten, was het duidelijk dat de sfeer in het team slecht was. Het omslagpunt kwam toen de teamleden met elkaar beschrijvingen van hun individuele sterktes begonnen te delen. Ze realiseerden zich dat ze beschikten over een groot scala aan vaardigheden. Ze waren het erover eens dat als ze deze kwaliteiten zouden kunnen benutten in hun werk, dat ze dan zouden kunnen bereiken wat ze maar wilden in de organisatie. Zowel de sfeer als hun functioneren verbeterden vrijwel direct (bron: Jackson & McKergow, 2001).

naar boven


Sexual harassment bij Avon Mexico

In het begin van de jaren negentig speelden bij Avon Mexico, producent van onder andere cosmetica en huid- en haarverzorgingsmiddelen, ernstige problemen in de sfeer van seksuele intimidatie, 'glazen plafonds' voor vrouwen en beperkte en gebrekkige samenwerking tussen mannen en vrouwen. Binnen het management van de uit 3000 mensen bestaande organisatie waren nauwelijks vrouwen te vinden. Deze problematiek werd aanvankelijk door een gespecialiseerd adviesbureau uit New York aangepakt op een traditionele probleemgerichte manier. lle denkbare invalshoeken werden gehanteerd: analyses, prestatie-indicatoren, voorlichtingen, trainingen, rechtszaken, etc. Gedurende twee jaar werkte het gespecialiseerde bureau op deze wijze maar het probleem groeide alleen maar! Medewerkers die de trainingen hadden bezocht, meldden dat zij na de trainingen mìnder goed in staat waren om te communiceren met leden van het andere geslacht en dat zij meer afstand en minder vertrouwen in hen hadden. Bovendien werden de workshops steeds minder bezocht. Rita Simmel, directeur van het consultancybureau, onderkende dat haar benadering averechts werkte en nodigde David Cooperrider uit om te formuleren hoe dit probleem via Appreciative Inquiry zou kunnen worden aangepakt (zie Cooperrider, 2000, p6-9). David Cooperrider vroeg Rita Simmel wat de organisatie wilde bereiken. Aanvankelijk antwoordde zij dat ze het enorme probleem van 'sexual harassment' wilde oplossen. Cooperrider vroeg door. Uiteindelijk gaf Simmel aan dat het ultieme doel van de organisatie was: het tot stand brengen van 'high quality cross gender relationships'. Via een aantal tweedaagse workshops werden 100 Avon-medewerkers getraind om elkaar te interviewen om voorbeelden boven tafel te krijgen van goede samenwerking tussen mannen en vrouwen. Vervolgens vonden in de organisatie 300 interviews plaats. Hieruit kwamen veel voorbeelden naar voren van effectieve samenwerking tussen mannen en vrouwen. Er werd een rapport opgesteld waarin de meest aansprekende voorbeelden uit de interviews waren opgenomen. Vervolgens werd er een 'future summit' gehouden waarin 100 interviewers consensus werd gevonden over de belangrijkste condities waaronder effectief samenwerkingsgedrag tussen mannen en vrouwen kon optreden en waarin geformuleerd werd hoe de organisatie hier in de toekomst gebruik van kon maken. De resultaten van het project waren uitstekend. Al tijdens het project kwam er voor het eerst een vrouw in het executive committee. Na afronding van het project won de organisatie de jaarlijkse prijs voor de beste werkgever voor vrouwen. (zie ook)

naar boven


Elektriciteitscentrale - werken volgens de voorschriften

Het management team van een elektriciteitscentrale had er genoeg van dat de werknemers kleine aantekeningenboekjes bij zich droegen. In deze boekjes maakten de werknemers zelf aantekeningen over hoe bepaalde procedures waren en hoe zij moesten handelen in bepaalde omstandigheden. Deze boekjes waren persoonlijke documenten. Iedere werknemer had zijn eigen boekje in de loop der jaren opgebouwd. Het management vond dit een gevaarlijke zaak. Als er namelijk procedures of werkprocessen veranderden, was er geen goede update procedure mogelijk. Dat was gevaarlijk. Het management probeerde jarenlang om de werknemers de procedures te laten volgen. Deze lagen op meerdere plekken in grote handboeken in de fabriek. De mensen volgden deze procedures echter niet. Ze vonden het te lastig, ze vonden de handboek te omslachtig en moeilijk geschreven. Bovendien stond er veel meer informatie in dan nodig. De volgende oplossingsgerichte vraag werd gesteld: wanneer volgen de werknemers de instructies wel. Het antwoord: "als ze in hun kleine boekjes staan!" Het management maakte kleine losbladige boekjes met de update informatie erin. Werknemers konden het in hun borstzak dragen. Ze waren uitsluitend gericht op bruikbare informatie en eenvoudig geschreven. Iedereen kreeg een exemplaar. (bron: Jackson & McKergow). Zie ook hier.

naar boven

 
Copyright © 2009 Coert Visser. All rights reserved.