|
HENK:
Heb je even een moment voor me? Het loopt niet zo lekker en
misschien heb jij wat tips voor me?
MANAGER: Ja
hoor, ik heb wel even een minuut of tien, is dat genoeg?
|
|
HENK: Ik denk
het wel. |
|
MANAGER: Goed.
Vertel eens, wat is je vraag? |
|
HENK: Nou, een
paar maanden geleden heb jij me in het functioneringsgesprek
gezegd dat ik meer prominent in het team aanwezig moet zijn. In
mijn nieuwe rol als senior moet ik meer initatief nemen en meer
invloed tonen in het team. Toen je dat voor het eerst tegen me
hebt gezegd, wist ik niet goed wat ik er mee aanmoest en wat je
bedoelde. Maar nu snap ik dat wel. Als ik bijvoorbeeld kijk naar
Jan, die ook senior is, dan zie ik dat hij inderdaad heel
duidelijk aanwezig is en initiatief toont en invloed heeft in
het team. Ik begrijp nu goed dat dat van een senior verwacht
wordt. |
|
MANAGER: ”Ok,
dat is mooi …… en wat is je vraag? |
|
HENK: Nou, het lukt me niet om dat
gedrag te laten zien. Sinds ik snap wat de bedoeling is probeer
ik het te doen maar het lukt me voor geen meter! Tijdens
vergaderingen ben ik vrij stil. Vanochtend bijvoorbeeld. Ik doe
mijn best maar ik ben totaal niet prominent aanwezig. Daar baal
ik van. |
|
MANAGER: Aha, ik begrijp het. Goed
idee van je om even bij me langs te lopen met je vraag. Twee
weten meer dan één. Misschien lukt het ons samen om wat te
bedenken. |
|
HENK: Ja, want
als het zo doorgaat dan is er bij het volgende
functioneringsgesprek weinig veranderd. |
|
MANAGER: Goed,
hoe kunnen we dit het beste bespreken? |
|
HENK: Misschien
moet ik eerst even uitleggen wat het probleem is? |
|
MANAGER: Prima.
Vertel…. |
|
HENK: Nou,
Tijdens vergaderingen merk ik dat het mij niet lukt om net zo
actief mee te praten als bijvoorbeeld Jan. Ik zie dat hij met
allerlei prima ideeën komt en ik merk dat mij dat niet lukt. Het
probleem is dat ik vaak helemaal nog geen mening heb over de
onderwerpen die we bespreken. Daarom lukt het mij niet om
voorstellen te doen. En dan zit ik weer gewoon te luisteren in
plaats van mee te praten! |
|
MANAGER: Aha,
zo gaat dat dus? Prima dat je er zo bewust mee bezig bent zeg.
Hoe heb jij er last van dat het nog niet helemaal lukt zoals je
wil? |
|
HENK: Als ik
merk tijdens de vergadering dat ik te weinig zeg, word ik toch
een beetje zenuwachtig. Ik maak me dan wel zorgen over hoe ik
dit nu voor elkaar moet krijgen. Ik wil mijn senior rol niet
kwijt. |
|
MANAGER:
Natuurlijk niet. Dat begrijp ik ……. Hoe zou jij willen dat de
situatie eruit komt te zien? |
|
HENK: Hoe de
situatie eruit komt te zien? Eh… nou, dat ik me actiever opstel
tijdens vergaderingen ….. dat ik met meer ideeën en voorstellen
naar voren kom tijdens de vergaderingen. En dat ik daardoor meer
invloed heb in het team en dat ik mijn senior rol beter
waarmaak. |
|
MANAGER: Aha,
dat klinkt inderdaad goed. Ik begrijp dat je dat wilt bereiken.
Wat zou het voordeel zijn als je dat voor elkaar krijgt? |
|
HENK: Eh… ik
zou een voorbeeldfunctie vervullen voor de junioren in het team
en ik zou beter bijdragen aan de ontwikkeling van het team. Jij
zou tevredener zijn om mijn invulling van mijn senior rol. Dat
soort dingen…. |
|
MANAGER: Het is
me duidelijk. Waar sta jij nu al op een schaal van 0 tot 10
waarbij 0 staat voor ‘het lukt totaal nog niet’ en 10 staat
voor ‘het lukt me goed’? |
|
HENK: Nog niet
erg hoog want het lukt me helemaal niet goed. Mmm… even
denken…. Een 3 of een 4 denk ik. |
|
MANAGER: Ah,
een 3 of een 4! Hoe heb jij het al voor elkaar gekregen om van
een 0 naar een 3 of 4 te komen? |
|
HENK:
Verschillende dingen denk ik. Het belangrijkste is dat ik me er
nu heel goed van bewust ben. Een half jaar geleden realiseerde
ik me nog helemaal niet dat dit belangrijk was. Dus dat is al
een heel verschil. Nu kan ik erop letten. |
|
MANAGER:
Inderdaad, dat is het begin. En wat heeft nog meer al geholpen? |
|
HENK: Dat ik
een goede vakman ben. Men neemt me serieus omdat iedereen weet
dat mijn projecten succesvol zijn. Daardoor luistert men wel als
ik iets te melden heb. Alleen heb ik tijdens vergaderingen
meestal niet zo veel te melden. |
|
MANAGER: Mooi,
dus dat jij een goede vakman bent helpt ook…. Wanneer heb je al
eens meegemaakt dat het je al een beetje lukte om tijdens de
vergadering meer promiment aanwezig te zijn? |
|
HENK: Wanneer
het gaat over mijn eigen projecten dan weet ik altijd precies
wat ik moet zeggen. Ik weet alle ins en outs en kan perfect
zeggen hoe het ervoor staat en hoe ik het wil hebben. |
|
MANAGER: Dat
herken ik. Dat doe je prima. En wanneer heb je al eens
meegemaakt dat je initiatief nam bij een onderwerp dat niet over
jouw eigen projecten ging? |
|
HENK: Dàt wordt
moeilijker…. Even denken …. Eh ja, ik weet een voorbeeldje. Weet
je nog dat jij een keer naar me toe kwam en dat je me zei dat we
op de volgende vergadering het zouden gaan hebben over het
interne kwaliteitsproject? Je zei me toen dat je mij daarover
graag wilde horen tijdens de vergadering omdat je het belangrijk
vond om mijn mening te benutten. |
|
MANAGER: Ja,
dat herinner ik me. Wat ging er toen goed? |
|
HENK: Eerst dacht ik: lieve help,
wat moet ik daar nou van zeggen? Ik heb daar helemaal geen
mening over. Ik heb ’s avonds toen even heel goed nagedacht over
het onderwerp kwaliteit. Ik heb zelfs nog even het
kwaliteitshandboek erbij gepakt. Na een tijdje lukte het me om
een idee te krijgen over wat ik belangrijk vond bij het
onderwerp interne kwaliteit. Ik heb toen een A4-tje gemaakt
waarop ik een aantal punten heb gezet. Dat heb ik toegelicht
tijdens de vergadering en dat ging heel goed. Men luisterde en
een aantal dingen zijn ook overgenomen in de besluitvorming.
|
|
MANAGER: Dat ging inderdaad prima.
Dat herinner ik me goed. Heb je nog een voorbeeld? |
|
HENK: ….Ja, het
ligt een beetje in het verlengde hiervan. Ik had een keer op de
agenda zien staan dat we het zouden gaan hebben over
klantevaluaties. Dat is een onderwerp waar ik vrij veel van weet
omdat ik er een groot project bij een klant over heb gedaan. Ik
vond het belangrijk dat we dat zelf ook goed aanpakken dus heb
ik een voorstel geschreven. Dat ging toen ook heel goed. Ik heb
toegelicht en het is bijna helemaal letterlijk overgenomen zoals
ik het voorgesteld heb. Maar deze voorbeelden zijn denk ik de
enige voorbeelden waarbij het een beetje goed ging! |
|
MANAGER: Het zijn interessant
voorbeelden, denk ik. Als je deze voorbeelden zo even voor de
geest haalt, op wat voor ideeën brengen ze je dan om een stapje
vooruit in de richting van je doel te zetten? |
|
HENK: Dat is
een goeie… ik denk dat het gaat om twee dingen. Het
belangrijkste is dat ik een soort focus nodig heb. Ik moet mijn
aandacht een beetje kunnen richten op bepaalde onderwerpen. Ik
ben niet het soort persoon dat, zoals Jan, overal een mening
over heeft en overal over mee kan praten. Dat zit gewoon niet in
mij! |
|
MANAGER: Dat is
ook niet nodig. Het is prima om een focus af te spreken met
elkaar. We kunnen dan een paar onderwerpen kiezen waar jij je
vooral op richt. En wat was het tweede punt? |
|
HENK:
Voorbereiden. Ik ben op mijn best als ik de dingen even rustig
kan voorbereiden. Dan kan ik rustig op een rijtje zetten wat ik
ergens van vindt. Dat doe ik in mijn projecten ook altijd en
daar werkt het ook goed. Nu kom ik erachter dat ik me bij beide
voorbeelden in de teamvergadering ook even heb kunnen
voorbereiden. |
|
MANAGER: Dat
lijkt mij een goede analyse. Als jij je voorbereidt dan kun je
je mening heel duidelijk en gestructureerd naar voren brengen.
En dan heb je ook echt invloed. Als we die focus-onderwerpen met
elkaar afspreken dan wordt het ook makkelijker om je voor te
bereiden. Je kunt je niet op alles voorbereiden maar wel op een
paar vaste onderwerpen, hè? |
|
HENK: Dat moet
inderdaad wel lukken. |
|
MANAGER: Zullen we binnenkort eens
kijken welke onderwerpen dat zouden kunnen zijn? Ik moet zo
beginnen aan een volgend gesprek en we moeten dus zo afronden.
Zou jij je gedachten eens willen laten gaan over welke
onderwerpen het zouden kunnen zijn waar jij je vooral op gaat
richten in de vergaderingen? Dat steken we koppen binnenkort
weer even bij elkaar. |
|
HENK: Prima,
doen we. |
naar boven
↑
Case - Carmen
Carmen
was een cliënte die naar een coach gestuurd was omdat er verschillende
problemen waren in de manier waarop ze functioneerde. Een probleem was
dat ze een conflict met haar manager directe leidinggevende had en met
de directeur. Een ander probleem was dat zij heel wat maanden met een
burn out thuis had gezeten. Haar direct leidinggevende had Carmen naar
de coach gestuurd met de mededeling dat zij de organisatie zou moeten
verlaten. Het doel van het gesprek met ons was om haar te helpen een
nieuwe baan en organisatie te vinden die beter bij haar persoonlijkheid,
capaciteiten en vaardigheden zou passen. Toen het gesprek begon was
Carmen heel coöperatief richting de coach maar zeer vijandig tegenover
haar bazen. Ze vertelde dat ze zichzelf niet was geweest het afgelopen
jaar. Ze zei dat ze veel had geklaagd en geruzied maar dat dit niet haar
fout was. Ze was helemaal niet zo. De directeur had haar niet goed
behandeld. Hij had haar een promotie beloofd die niet doorging. Ze zei
dat ze er genoeg van had en dat ze zou gaan vechten tegen de directeur
en dat het haar doel was hem mee te sleuren in haar val. Zo'n 10 minuten
na het begin van het gesprek stelde de coach de
wondervraag.
|
COACH: Carmen, mag ik je een vraag
stellen die misschien een beetje vreemd is? |
|
CARMEN: Oké |
|
COACH: Stel..... na ons gesprek ga
jij naar huis ... |
|
CARMEN: Ja? |
|
COACH: En je maakt je dag af....
je doet wat je normaal doet .... en dan ga je naar bed. |
|
CARMEN: Mmm... |
|
COACH: En terwijl je slaapt ...
gebeurt er een wonder en de problemen die jou hier hebben
gebracht zijn verdwenen. |
|
CARMEN: Oké. |
|
COACH: Maar je slaapt, dus je weet
niet dat het wonder heeft plaatsgevonden. Wanneer je morgen
wakker wordt, wat zouden dan de eerste dingetjes zijn waaraan je
zou merken dat het wonder heeft plaatsgevonden? |
|
CARMEN: (pauze) Hmm.... Ik zou in
een mooi kantoor zitten en heel ander werk doen en een
fantastische leidinggevende hebben. |
|
COACH: Dat zou inderdaad een
behoorlijk wonder zijn zeg! |
|
CARMEN: Ik weet dat dat onmogelijk
is (Lacht) |
|
COACH: (lacht) Laten we een stapje
terugzetten. Stel je ligt nog in je bed. Wat is het eerste
kleine dingetje dat anders is? |
|
CARMEN: ...Dat ik direct op sta |
|
COACH: Aha, wat is er nog meer
anders? |
|
CARMEN: Ik zou meer ontspannen
zijn. Ik zou mijn ontbijt rustig opeten. |
Terwijl
de cliënt de wondervraag begint te beantwoorden nodigt de coach haar uit
om te beschrijven wat er anders is die dag. Het is belangrijk om
langzaam te gaan en geduldig en nieuwsgierig te blijven. De coach vraagt
steeds: "Wat is er nog meer anders?" Wanneer de cliënt alles beschrijft
dat anders is blijft de coach haar steeds aanmoedigen om de details van
de wonderdag te beschrijven in termen van zichtbaar gedrag. Een manier
om de cliënt te helpen heel gedetailleerd te zijn is om de ‘vlieg op de
muur' techniek toe te passen: "Als ik een vlieg op de muur zou zijn en
de situatie zou bekijken, wat zou ik dan zien?" Of de videovraag:
|
COACH: Oké. Wat zou er nog meer
anders zijn? |
|
CARMEN: Op weg naar mijn werk zou
ik zingen. |
|
COACH: Echt? |
|
CARMEN: Ja, dat deed ik altijd. Ik
zette de muziek keihard en brulde mee. Bruce Springsteen
meestal. |
|
COACH: Geweldig, wat zou je nog
meer merken dat er anders was? |
|
CARMEN: Nou, op mijn werk zou ik
de mensen eerst begroeten. |
|
COACH: Aha, hoe zou zij merken dat
de dingen anders waren op die wonderdag? |
|
CARMEN: Ik zou niet klagen.
|
|
COACH: Dat zou je niet doen? Wat
zou je in plaats daarvan doen? |
|
CARMEN: Ik zou aan mijn werk gaan.
De dingen doen die ik moet doen. Ik zou af en toe wel met mensen
praten maar anders. |
|
COACH: Hoe? |
|
CARMEN: Over leuke dingen,
bijvoorbeeld: "Hoe was je weekend?" |
|
COACH: Als je leidinggevende je zo
zou zien op die dag, hoe zou hij het verschil dan merken? |
|
CARMEN: (pauze) Hij zou verbaasd
zijn. Hij zou niet weten wat er gebeurd was. |
|
COACH: Zou hij blij zijn? |
|
CARMEN: Natuurlijk! |
|
COACH: Waarover in het bijzonder? |
|
CARMEN: Over het feit dat ik niet
klaagde. |
Direct
nadat Carmen haar wonderdag had beschreven vroeg de coach of sommige
aspecten van het wonder als aan gebeuren waren - een goede manier om
positieve uitzonderingen te vinden. Door dit direct na de wondervraag te
doen is de kans groot dat de cliënt zich positieve uitzonderingen kan
herinneren.
Direct
nadat Carmen haar wonderdag had beschreven vroeg de coach of sommige
aspecten van het wonder als aan gebeuren waren - een goede manier om
positieve uitzonderingen te vinden. Door dit direct na de wondervraag te
doen is de kans groot dat de cliënt zich positieve uitzonderingen kan
herinneren. De cliënt uitnodigen om te visualiseren hoe haar leven is
nadat het probleem er niet meer is heeft vaak een sterk effect. Het
geeft hoop op een betere toekomst en start een positieve kettingreactie.
Een van de effecten van het stellen van de wondervraag is dat mensen die
hem beantwoorden zich meestal veel beter worden van hun eigen gedrag en
hoe ze hun situatie positief kunnen beïnvloeden. Mensen die de
wondervraag beginnen te beantwoorden, krijgen vaak een heel andere
uitdrukking op hun gezicht dan die die ze hadden toen ze hun probleem
aan het beschrijven waren. Wanneer ze hun wonderdag beschrijven,
glimlachen ze vaak en worden ze energieker en hoopvoller. Eigenlijk is
het zo dat wanneer mensen beschrijven hoe ze dingen willen hebben de
verandering al begonnen is.
|
COACH: Carmen, je zei aan het
begin van het gesprek dat je de laatste tijd jezelf niet geweest
bent. Toen ik je de wonderdag zag beschrijven denk ik dat ik
begreep wat je bedoelde. Je zei dat je veel hebt geklaagd en
geruzied dit jaar maar toen je het wonder beschreef werd je heel
vrolijk en opgewekt. Je straalde. |
|
CARMEN: (met een brede glimlach)
Ja. Dat is hoe mijn karakter werkelijk is. (Pauze) En ik ben
vastbesloten om dat deel van me niet te laten sterven! |
|
COACH: Je bent vastbesloten om die
vrolijke kant van je in leven te houden? |
|
CARMEN: Ja. |
|
COACH: Wat is het eerste kleine
dingetje dat je zou kunnen doen? |
|
CARMEN: Morgen ga ik weer zingen
in de auto. Ik weet niet waarom ik daar ooit mee ben opgehouden
maar dat is het eerste dat ik ga doen. |
Carmen
begon het gesprek met een vechthouding en eindigde ook met een
vechthouding. Maar in het begin was het haar bedoeling te vechten tegen
de directeur. Aan het eind was het haar bedoeling te vechten voor het
levend houden van haar opgewekte natuur. Dit gesprek vond enkele jaren
geleden plaats en Carmen werkt nog steeds bij dezelfde organisatie. Ze
heeft een nieuwe rol op een andere afdeling. Ze heeft meer
verantwoordelijkheden en functioneert erg goed.
Bron:
Doen wat werkt - Zie ook:
De wondervraag -
The Miracle Question
naar boven
↑
Waarderend leiderschap
Een
medewerkster binnen een organisatie had het gevoel, dat ze al enige
jaren min of meer aan haar lot werd overgelaten. Ze vond dat ze weinig
of geen respons bij haar manager kreeg en dat hij haar te weinig
steunde. Ze vond haar werk zelf nog belangrijk genoeg, maar liep steeds
meer met het idee haar heil elders te zoeken. Ik heb haar manager deze
situatie voorgelegd. Deze reageerde heel verrast. Hij was van mening dat
hij haar beslist niet negeerde, maar juist de vrijheid gaf haar eigen
ding te doen. Hij was ervan overtuigd dat ze de capaciteiten bezat om op
zelfstandige wijze invulling te geven aan de haar toebedeelde taak.
Verder meende hij, dat hij voldoende respons had gegeven op de dingen,
waar zij van tijd tot tijd mee kwam. Ook had hij er niet bij stil
gestaan, zijn waardering voor haar inzet af en toe duidelijk te laten
blijken. Ik heb hem toen gevraagd, of hij voor haar kort zijn waardering
voor haar werk en persoon, met benoeming van de sterke punten, op papier
wilde zetten. En daar, waar deze medewerkster eerst dacht dat praten
over de situatie toch niet veel zin meer had, hebben we naar aanleiding
van zijn schrijven drie openhartige en verhelderende gesprekken gehad.
Dit heeft geleid tot goede afspraken in communicatie en ondersteuning.
De medewerkster heeft weer plezier in haar werk en weet zich nu
voldoende gewaardeerd en gesteund. (door Erik Kleine).
Zie ook
hier.
naar boven
↑
Alles 1% verbeteren
Pat
Riley coachte in de jaren ‘80 van de vorige eeuw de Los Angeles Lakers,
een topteam uit het Noord Amerikaanse professionele basketball. De
Lakers hadden zojuist de finale om het kampioenschap verloren van de
Celtics uit Boston. Binnen de gelederen van de Lakers brak vervolgens
paniek uit. Men had geen idee hoe men ooit nog de titel zou kunnen
winnen tegen die onverslaanbare Celtics. De Lakers zouden dan zoveel
beter moeten worden en dat zat er toch echt niet in. Maar Riley, de
grote strateeg, wist het wel. Hij deed geen spectaculaire aankopen van
nieuwe spelers. Hij verdubbelde niet het aantal trainingsuren en hij
stelde ook geen extra strenge eisen aan zijn spelers. Hij zei alleen:
“we gaan er simpelweg voor zorgen dat we op alle aspecten van het spel
één procent beter worden. Dus één procent beter in vrije worpen nemen,
één procent beter in het samenspelen met teamgenoten, één procent beter
in het verdedigen van de eigen basket, één procent beter in conditie,
enzovoort.” Daarmee paste hij het oplossingsgerichte principe van de
kleine stapjes op een unieke manier toe. En het had succes. De Lakers
wonnen de titel. Niet alleen dat jaar, maar ook het jaar daarop. Een
kunststukje dat bijna twintig jaar eerder voor het laatst was
klaargespeeld door…. de Boston Celtics. Riley toonde aan dat vele kleine
stapjes, stapjes die op zich weinig significant lijken, samen wel tot
grote resultaten kunnen leiden. Ook toonde hij aan dat een kleine
verbetering op vele aspecten even goed kan werken als het volledig
oplossen van één ‘probleem’. Bij het oplossen van organisatieproblemen
wordt vaak gezegd: “Laten we eerst het ene probleem aanpakken en dan pas
de andere. We kunnen niet alles tegelijk.” Riley toonde aan dat dat wel
kan, als er maar kleine stapjes worden gemaakt. (door Mark Westerhuis).
Zie ook
hier.
naar boven
↑
Case David Maister
Toen
David Maister vele jaren geleden bij Harvard Business School ging werken
als assistent professor was hij onzeker over zijn functioneren. Hij kwam
niet goed uit de verf en hoopte dat dit bij zijn collega’s niet zou
opvallen. Op een dag klopte een senior collega op zijn deur en het
volgende korte gesprekje vond plaats.
|
Senior: |
Hoi David, heb je een minuutje
voor me? |
|
David: |
(mompelend) Tuurlijk |
|
Senior: |
Het is zo jammer dat we geen tijd
hebben om samen door te brengen. Jij hebt jouw
verantwoordelijkheden en ik de mijne en die houden ons bezig.
Maar ik liep net voorbij en dacht, misschien kunnen we een
minuutje bijpraten. Vertel me eens, waar gaat jouw onderzoek
over? |
|
(David deed geen onderzoek en
probeerde tijd te winnen. ) |
|
David: |
Nou, ik heb het heel druk gehad en
ik weet niet zeker of ik er echt klaar voor ben. … Maar er zijn
wel een paar dingen die me interesseren en ….. eh…. Maar
misschien…, heel misschien, … en ik wil niets beloven ….,
misschien zouden professionele firma’s interessant zijn om te
onderzoeken. |
|
(lange stilte) |
|
Senior: |
Weet je, David, dat is geen gekke
keuze! Nu dat je het zegt, ik kan geen grote studie bedenken die
over dat onderwerp is gedaan. Dat is een mooie kans om iets
belangrijks te doen. Bovendien: niets in dat idee staat op
gespannen voet met wat wij als school willen doen. Ik zou het
zeggen als het zo was. Goed zeg, wat een prima idee! …. En wat
zou je willen onderzoeken over dit soort bedrijven? |
|
(stilte) |
|
Senior: |
……Ik merk dat je het nog niet
helemaal doordacht hebt….. Maar ik ken mensen in een aantal van
dit soort bedrijven en ik hoor wat voor problemen ze hebben…..
Laat ze me je meteen maar even noemen om te kijken of een van
die onderwerpen je interesseert. |
|
(noemt een aantal onderwerpen) |
|
David: |
Nou, ik denk dat het interessant
zou zijn om een aantal van dat soort onderwerpen onder de loep
te nemen bij die bedrijven. (praat verder) |
|
Senior: |
David, hoe meer je zegt over je
plannen, des te enthousiaster ik raak. Dit is interessant spul!
Ik zie het voor me. Je gaat belangrijk werk doen, wordt beroemd
en we zullen allemaal erg trots op je zijn…… Ik zal vertellen
wat ik zal doen, David. Ik laat mijn secretaresse even langs
komen en je lijst brengen van alle directeuren van professionele
firma’s die ik ken. Voel je vrij om ze te benaderen en gebruik
mijn naam. Zeg maar dat ik heb gesuggereerd om te bellen…… Het
spijt me maar de plicht roept. Ik hoop dat ik snel weer eens
langs kan komen om te kijken hoe dingen lopen. Ik weet niet
wanneer dat zal zijn maar ik hoop snel. |
|
(tien minuten later komt de
secretaresse de lijst langsbrengen) |
|
De meest opwindende reis van
Davids carrière was van start gegaan. De rest is bekend.
In
het volgende artikel doet David uitgebreid verslag van het
gesprek en analyseert hij waarom de aanpak van de senior collega
zo goed werkte:
A Great Coach in Action. Zie ook
hier.
Copyright David Maister
naar boven
↑ |
Loodgieterbedrijf
komt haar afspraken na
(ingezonden case)
Periode januari – september 2005
Als
leidinggevende van de afdeling Dagelijks Onderhoud bij de
Woningstichting heb ik te maken met diverse aannemers die in opdracht
van ons reparaties uitvoeren. Een van de aannemers, een
loodgieterbedrijf, kwam veelvuldig zijn afspraken met de bewoners niet
na. Diverse gesprekken met hun uitvoerder en directeur, betreffende het
nakomen van afspraken, leverden niets op. Soms ging het een week beter,
daarna vervielen ze weer in hun oude gewoontes.
Periode september – heden
Na het voor de
zoveelste keer niet nakomen van de afspraken heb ik de directeur (Jan)
van het bedrijf uitgenodigd voor een gesprek. Voor het gesprek had ik
voor mijzelf bepaald wat het doel moest zijn. Waar ik in het verleden
emotioneel reageerde had ik mezelf nu voorgenomen om zakelijk te blijven
en constant aan mijn doel te blijven denken.
Jan was op tijd voor
zijn afspraak en ik gaf hem een rondleiding door onze net verbouwde
entreehal. Hierna kwam ik snel terzake. Ik begon als volgt; “Jan, ik wil
graag met jullie blijven samenwerken. Om de samenwerking te laten slagen
is het belangrijk dat jullie de afspraken met onze huurders nakomen. Hoe
kun je ervoor zorgen dat jullie in de toekomst jullie afspraken
nakomen?” Hij zei dat hij heel graag met ons wilt blijven samenwerken en
dat hij zijn medewerkers op hun hart zou drukken wat onze wensen zijn en
hoe belangrijk het nakomen van afspraken voor ons is. Intern zou hij er
per direct bovenop gaan zitten en zou hij geen excuses meer tolereren
van zijn medewerkers. Hij verzekerde mij dat het niet weer zou gebeuren
en maakte met mij de afspraak dat wij tot het eind van dit jaar geen
klachten meer zouden krijgen van bewoners betreffende het niet nakomen
van afspraken. Tevreden gaven we elkaar een hand en gingen onze weg.
Over dit gesprek had ik na afloop een goed gevoel omdat ik zulke
toezeggingen nog niet eerder van hem had gekregen. Hij draaide er vaak
maar wat omheen en maakte slim gebruik van mijn emoties.
Twee weken na ons
overleg had Jan een gesprek met mijn directeur waarin hij mij de
complimenten maakte over het gesprek. Hij had haar verteld dat mijn
optreden kort, duidelijk en zakelijk was en dat hij dit zeer prettig
vond. Tot op heden, 21 oktober, hebben wij geen klachten ontvangen van
bewoners!
naar boven
↑
De beer is los
Joke is
een interne projectleider bij een overheidsinstelling en werkt daar al 18 jaar.
Zij heeft een enorme kennis van de geschiedenis van de organisatie, van de
werkwijzen en procedures en collega’s stellen haar dan ook veel vragen. Zij
ervaart vele van die vragen als luie vragen en valt regelmatig uit. Messcherp
zegt zij dan waar het op staat, met als gevolg dat collega’s boos worden en het
project geen stap verder is gekomen. Zoals haar leidinggevende het benoemt: “de
beer is los op de afdeling”. Zowel Joke als haar leidinggevende willen dat er
iets gaat veranderen, want collega’s beginnen bang te worden voor Joke. In een
viertal coachingssessies gaat Joke op zoek naar manieren om constructief te
communiceren met collega’s, ook wanneer zij van binnen begint te koken. Joke
begint aandacht te besteden aan de signalen die haar zeggen dat zij van het
kookpunt begint af te raken (waar zij eerst vooral aandacht besteedde aan de
signalen die zij kreeg wanneer zij begon te koken). Zij ontdekt onder andere dat
het samenvatten van de doelstelling van een project en de stappen die daarin
gezet moeten worden haar helpt om van het kookpunt af te raken. Na twee maanden
oefenen in de praktijk weet Joke niet alleen zich constructief op te stellen
naar haar collega’s toe, maar weet zij ook haar “gromgedrag” om te buigen naar
constructief gedrag wanneer het kookpunt eens is bereikt. Haar leidinggevende
zegt: “de beer was los, maar nu is hij vertrokken!”
naar boven
↑
Helende complimenten
Complimenten
werken in een gevoelige werkrelatie helend. Een team van managers deed een
tijdje geleden een complimentenronde. Om beurten brachten de teamleden kort een
onderwerp in, op basis van een behaald succes, of een werkfrustratie (een
klacht) of werkprobleem. De teamleden benutten, zonder dit van tevoren met
elkaar af te spreken, de oefening om een verhaaltje te vertellen over de eigen
positie in het team en op het werk en over wat er in het verleden was gebeurd en
hoe ze dit had gevormd en beïnvloed. Er waren in het team positiewisselingen en
verschuivingen geweest, een teamlid dat eerst leiding had gegeven ontving nu
leiding van iemand anders waardoor er onderlinge gevoeligheden lagen die nooit
waren uitgesproken. De complimentenronde die volgde op de verhalen had grote
impact op alle teamleden. Door de persoonlijke verhalen was er meer begrip
gekomen voor het perspectief van elk teamlid. De sterktes die de teamleden
hadden ingezet om toch constructief aan het werk te blijven werden helder door
de verhalen. Doordat de teamleden er complimenten over maakten werden die
sterktes steeds explicieter benoemd. Na afloop van de complimentenrondes waren
de werkrelaties versterkt, de openheid was toegenomen (er was ontroering bij
alle teamleden) en het positieve samenwerkingsgedrag was versterkt en bevestigd.
Individuele complimenten hielpen zo om een plek te geven aan de frustraties in
het verleden en te vieren dat ondanks dit verleden de werkrelaties constructieve
elementen hadden gehad. Dit bood een prima basis voor samenwerking in de
toekomst.
naar boven
↑
De verandering nieuw leven
inblazen

Een afdeling was
bezig met een cultuurverandering waarbij het beter nakomen van afspraken een
belangrijk doel was. Het veranderproces was gestart en had aanvankelijk geleid
tot hoopgevende resultaten. Na ongeveer anderhalf jaar stelde men vast dat de
klad erin was gekomen. Verschillende oude problemen traden opnieuw op en er was
geen duidelijke sprake meer van vooruitgang. De afdelingsmanager belegde een
vergadering over dit onderwerp. Hij benadrukte dat het normaal was dat er een
terugval optrad en nodige de medewerkers uit om in kaart te brengen wat er
allemaal was bereikt sinds de verandering was begonnen. Bij alle punten die
genoemd werden vroeg hij bovendien wat de voordelen ervan waren en hoe het
gelukt was ze te bereiken. Dit leverde een indrukwekkende hoeveelheid positief
materiaal op en het was in de sessie te merken dat het enthousiasme voor de
veranderdoelen weer toenam. Bovendien ontstond er weer trots en hoop. De manager
nodigde de medewerkers vervolgens uit om te formuleren welke concrete resultaten
zij de komende periode wilden gaan realiseren wat leidde tot een mooie lijst van
afspraken. De energie voor verandering was even minder geweest maar na de sessie
was hij zonder meer hersteld.
naar boven
↑
Van competentiemanagement
een succes maken
De HR-manager van een
middelgrote organisatie had de directie geadviseerd om competentiemanagement te
gaan invoeren, omdat hij van mening was dat dit een samenbindend effect kon
hebben op de hele organisatie en een goede kapstok voor het gehele HR-beleid en
HR-instrumentarium zou zijn. De directie wist niet zoveel van
competentiemanagement en was van mening dat als men competentiemanagement ging
invoeren, die door een groot deel van de organisatie gedragen moest worden. Op
een bijeenkomst waarin het managementteam en veel van de managers uit de
managementlaag daaronder bijeen waren, legde de HR-manager hen een aantal keuzes
met betrekking tot competentiemanagement voor. De bijeenkomst verliep tamelijk
chaotisch omdat de visie, wensen en verwachtingen van de deelnemers erg sterk
uiteen liepen. Na afloop van de bijeenkomst dacht de HR-manager er serieus over
zijn functie neer leggen en zag niemand door de bomen het bos meer. De
HR-manager zocht een sparring partner op en samen kwamen zij op de vraag "Waar
was iedereen die de bijeenkomst heeft bijgewoond het wel over eens?" Wij
verbaasden zich over het aantal punten van overeenstemming dat zij konden
bedenken. De HR-manager stelde een korte notitie op waarin alle punten van
overeenstemming genoemd stonden, evenals een paar punten waar nog geen
overeenstemming over bestond en bracht deze in het volgende managementteam
overleg in. Het management team was verrast door deze samenvatting en
accordeerde de start van een competentiemanagementproject waarin de punten van
overeenstemming het vertekpunt vormde. De punten van verschil kregen weinig
aandacht. Nu had de HR-manager een duidelijk besluit om met
competentiemanagement te gaan starten en ging hij gesprekken aan met ieder
individueel managementteamlid. In die gesprekken stonden telkens de volgende
vragen centraal:
-
Gegeven het feit dat we
competentiemanagement gaan ontwikkelen, waar moet wat jou betreft zeker
aandacht aan gegeven worden om er een succes van te maken?
-
Stel,
competentiemanagement werkt straks goed in jouw organisatieonderdeel,
wat gaat er dan beter in jouw dagelijkse praktijk?
Het
competentiemanagementproject kwam in een stroomversnelling toen heel
bewust een succesgerichte aanpak toegepast werd. Maar dat is niet alles.
Ook in de inhoudelijke aanpak van het competentiemanagementproject werd
het succesgerichte perspectief nadrukkelijk gebruikt. In
functioneringsgesprekken werd bijvoorbeeld heel nadrukkelijk aandacht
besteed aan het formuleren van gewenste successsen en aan het analyseren
van wat er al bereikt was en van wat er al goed ging.
naar boven
↑
Tegenvallende resultaten in het
team
Frank
is een team manager die de hulp inschakelt van een management coach om de
financiële prestaties van zijn team te verbeteren. Hieronder een weergave van
die gesprekken.
|
COACH: Frank, je vertelde me dat de financiële prestaties van je team de
laatste zes maanden tegenvallen en dat het team nu ernstig achterblijft
ten opzichte van het budget. En de reden voor ons gesprek is dat jij
mijn hulp en advies wilt hebben over hoe je dit kunt verbeteren. Klopt
dat?
|
|
FRANK: Klopt, ik kan echt wat goed advies gebruiken.
|
|
COACH: Oké, zou je ten eerste eens kunnen uitleggen hoe het precies een
probleem is dat je team achterloopt op het budget?
|
|
FRANK: Dat is makkelijk. Als wij het budget niet halen dan is dat slecht
voor iedereen in het team. We moeten dan misschien zelf teamleden
ontslaan, wat ik vreselijk zou vinden. Voor mij persoonlijk zou het ook
heel rot zijn. Ik ben ambitieus om promotie te maken in het bedrijf maar
als de zaken zo doorgaan dan kan ik dat op mijn buik schrijven.
|
|
COACH: Hmm... Ik snap waarom het erg belangrijk voor je is om deze
situatie te veranderen, Frank.
|
|
FRANK: Ja ik moet absoluut een manier vinden.
|
|
COACH: Stel dat deze coaching achter de rug is en dat het nuttig zal
zijn geweest…. Waaraan zul je dat achteraf merken?
|
|
FRANK: Ik zou merken dat het nuttig was geweest als ik een onmiskenbare
verbetering in de financiële resultaten zou zien op onze maandelijkse
overzicht.
|
|
COACH: Aha. Hoe zou die onmiskenbare verbetering er concreet uitzien?
|
|
FRANK: Nou, we zitten nu op een productiviteitsniveau van 49%. De
gemiddelde maandtarget is 63%. Mijn korte termijn doel is om terug te
komen op target binnen drie maanden. Zo zal het voor iedereen duidelijk
zichtbaar zijn dat we weer op de goede weg zijn.
|
|
COACH: Goed, dus binnen drie maanden wil je op een productiviteitsniveau
van 63% zitten?
|
|
FRANK: Ja.
|
|
COACH: Hoe zou dat helpen?
|
|
FRANK: Het zou meer baanzekerheid voor mijn team betekenen. Het zou
ervoor zorgen dat de business unit manager niet in mijn nek hijgt. Het
zou ook goed zijn voor mijn reputatie. Het zou bewijzen dat ik in staat
ben om een slecht presterend team te veranderen in een goed
functionerend team.
|
|
COACH: Dat klinkt prima. Wat kun je doen als je dat bereikt hebt?
|
|
FRANK: Dan zou ik weer kunnen gaan bouwen. Nu moet ik me richten op het
repareren van dingen. Dan kan ik weer bouwen, zowel aan het team als aan
mijn carrière.
|
|
COACH: Frank, het is heel belangrijk voor je om de financiële prestaties
van je team te verbeteren. Kun je me vertellen welke dingen daarin nu al
goed gaan?
|
|
FRANK: ... Nou ... we hebben een goede kostenbewaking. Dat is niet het
probleem. We moeten onze sales verhogen. De kosten gaan goed.
|
|
COACH: Mooi, je bewaakt de kosten goed? Wat gaat er nog meer goed?
|
|
FRANK: Drie van de zeven professionals presteren vrijwel op target. De
andere drie zitten er duidelijk onder.
|
|
COACH: Oké, dus drie zitten er al op hun target. Wat gaat er nog meer
goed?
|
|
FRANK: Umm... We hebben uitstekende lange-termijn relaties met klanten.
|
|
COACH: Aha, het is belangrijk om die te hebben. Wat gaat er nog meer
goed?
|
|
FRANK: Laat me eens denken... onze toegevoegde waade voor klanten is
goed. Onze professionals hebben verstand van hun vak. Dus we hebben ze
iets waardevols te bieden.
|
|
COACH: Dat is ook geen slecht punt (beiden lachen). Dus er zijn een paar
echt belangrijke dingen die al aanwezig zijn?
|
|
FRANK: Inderdaad, dat is zo. Dus ik neem aan dat er enige hoop
is op succes... (glimlacht)
|
|
COACH: (glimlacht ook) Zo klinkt het wel ja!
|
|
COACH: Het doel is om de financiële prestaties van je team te
verbeteren. Mag ik je eens vragen: ben je er in het verleden als eens in
geslaagd om één of meer van teamleden te helpen om hun financiële
prestaties te verbeteren?
|
|
FRANK: Dat is een ontzettend goede vraag! Ja, dat ben ik zeker. Het
gebeurt voortdurend, het is een belangrijk onderdeel van je baan als
team manager. Dus, ja zeker.
|
|
COACH: Wat is een mooi voorbeeld van hoe jij een teamlid wel eens hebt
geholpen om dat te doen?
|
|
FRANK: Umm... Het beste voorbeeld zou het begin van afgelopen jaar
kunnen zijn toen ik een speciale teamvergadering heb belegd over onze
financiële prestaties. In die meeting heb ik hen volledig geïnformeerd
over hoe we het deden en ik heb ze grafisch laten zien hoe wij
presteerden ten opzichte van het budget, wat niet goed was trouwens. Wat
ik gewoon deed was ze helemaal betrekken bij het proces om de resultaten
te verbeteren. En dat werkte goed.
|
|
COACH: Interessant. Hoe hielp dat?
|
|
FRANK: Om eerlijk te zijn weet ik niet precies wat ik deed om het zo
goed te laten werken. We hebben ons budget vorig jaar gehaald. Na die
meeting kon ik directe verbetering zien van de resultaten. Ik kon ook
een algemene verandering zien in de houding van mensen. Mensen waren
actiever en het leek alsof er ook meer werd samengewerkt.
|
|
COACH: Wat deed jij zelf om dit zo goed te laten verlopen?
|
|
FRANK: Ummm..... Misschien twee dingen. Het eerste is dat ik ze alle
informatie gaf, zowel over het budget als over onze resultaten. Het
tweede is dat ik alleen mijn zorgen heb geuit en ze niet heb verteld wat
ze moesten doen.
|
|
COACH: Heb je dat niet gedaan? Hoe hielp dat?
|
|
FRANK: Ik denk dat het hen dwong om zelf creatief te zijn in het vinden
van een aanpak.
|
|
COACH: Heel slim. Hoe wist je dat het niet goed zou zijn om ze te
vertellen wat ze moesten doen maar dat je in plaats daarvan het aan hen
moest overlaten om te bedenken wat ze moesten doen?
|
|
FRANK: Ha, dat wist ik niet! Ik wist gewoon niet wat ik ze zou moeten
opdragen. Het is namelijk zo dat ik niet zo erg veel van de details van
hun werk afweet. Dus in dit geval is mijn onwetendheid een onverwacht
voordeel geworden (Lacht).
|
|
COACH: Wow, wat gebeurde er toen?
|
|
FRANK: Nog diezelfde vergadering kwamen er een paar heel goede en
praktische ideeën naar voren. Ze begonnen elkaar ook te helpen. Ik zat
er gewoon bij en luisterde vooral. Het was heel leuk.
|
|
COACH: Dat is inderdaad een heel mooi voorbeeld! Dus jij hebt de
teamvergadering geregeld, ze volledig geïnformeerd, je zorgen gedeeld en
ze niet verteld wat ze moesten doen. Je liet de bal helemaal bij hen
liggen.
|
|
FRANK: Yep. Dat is wat er gebeurde.
|
|
COACH: Frank, je hebt me net verteld over de teamvergadering van
afgelopen jaar. Hoe is die situatie relevant voor de huidige situatie
waarin je team zich bevindt?
|
|
FRANK: Zeer relevant! Het is hoog tijd om weer zo’n teamvergadering te
beleggen. Wat stom van me dat ik dat niet hebt bedacht!
|
|
COACH: Dat klinkt als een heel goed idee. Hoe zou je dat aanpakken?
|
|
CHARLES: Nou, ik ga hem gewoon direct beleggen. We doen het precies
zoals de vorige keer. Ik bereid alle relevante informatie voor en dan
wacht ik op de reactie.
|
****
|
COACH: Ha Frank. Het is nu drie weken geleden sinds ons laatste gesprek.
Ik ben heel benieuwd wat er beter gaat.
|
|
FRANK: Umm... eigenlijk gaan er verschillende dingen beter. De
vergadering liep heel goed. Het hielp om het algemene bewustzijn in het
team te versterken van hoe belangrijk het is dat we onze resultaten
verbeteren te versterken.
|
|
COACH: Prachtig, het bewustzijn is er. Hoe helpt dat om vooruitgang te
boeken in de richting van het doel?
|
|
FRANK: Eerlijk gezegd helpt dat een boel. Ik heb gemerkt dat mensen
klanten vaker bellen, dat ze meer afspraken maken met klanten en dat ze
elkaar meer helpen. Dat gebeurde de vorige keer ook.
|
|
COACH: Hoe helpt dit alles om de omzet daadwerkelijk te verhogen?
|
|
FRANK: Dat is een beetje te vroeg om te kunnen zeggen. Maar de eerste
verbeteringen lijken er al te zijn. We hebben een heel interessante
opdracht binnengehaald. En er zijn nu ook enkele leads die echt
veelbelovend lijken..
|
|
COACH: Hoe zorg jij ervoor dat dit alles gebeurt?
|
|
FRANK: Ik informeer ze. Ik praat met ze. Ik deel mijn zorgen. En ik
betrek ze door ze ideeën naar voren te laten brengen en initiatieven te
laten nemen. Het activeert ze.
|
|
COACH: Dat klinkt allemaal heel goed! Wat kun jij doen als een volgend
klein stapje richting het doel?
|
|
FRANK: Als een volgend stapje ga ik korte gesprekjes voeren met alle
individuele teamleden. Ik gebruik dezelfde benadering. Ik zorg ervoor
dat ik de meest actuele informatie voor ze heb en ik vraag ze om hun
ideeën.
|
|
COACH: Dat klinkt als een goed idee om uit te proberen.
|
****
|
COACH: Hallo Frank, dit is nu ons vierde gesprek. Wat zouden we moeten
bespreken om de tijd nuttig te besteden?
|
|
FRANK: Nou, de dingen beginnen nu echt goed te lopen. We presteren nu
iets boven target, dus we beginnen onze zwakke start een beetje goed te
maken. De business unit manager kwam vorige week zelfs even langs om me
specifiek te complimenteren met onze resultaten. Ik heb dat compliment
direct doorgespeeld aan het team. Het was toch vooral hun prestatie om
dit voor elkaar te krijgen.
|
|
COACH: Nou gefeliciteerd zeg! Wow, Ik vind dat je echt een prima
prestatie hebt geleverd.
|
|
FRANK: Bedankt.
|
|
COACH: Geen dank. Dus, wat zou je nu willen bespreken?
|
|
FRANK: Ik ben blij dat je dat vraagt want ik denk dat ik nu geen verder
advies nodig heb over de financiële resultaten. Ik denk dat we nu op de
goede weg zijn en wel weten hoe vanaf hier ermee verder moeten.
|
|
COACH: Ok.
|
|
FRANK: Omdat we nu een uur tot onze beschikking hebben vroeg ik me af of
we misschien over mijn carrière kunnen praten? Ik vertelde je dat ik
ambitieus ben en graag een promotie zou willen. Maar ik weet niet goed
hoe ik dat moet aanpakken. Is dat iets wat we zouden kunnen bespreken?
|
|
COACH: Natuurlijk. Wat zou een goede manier zijn om dat onderwerp te
bespreken?
|
Zie ook
hier
naar boven
↑
Mark
is adjunct-directeur op een school voor speciaal onderwijs. Hij heeft
zich al meerdere malen geërgerd aan het feit dat er op de glasplaat van
het kopieerapparaat typex zit. Wanneer medewerkers correcties maken op
hun document laten zij de typex vaak onvoldoende lang opdrogen waardoor
het op de glasplaat van het kopieerapparaat blijft plakken. Nu is er wel
een vloeistof waarmee de typex kan worden opgelost en verwijderd maar
die mag niet op de glasplaat gebruikt worden omdat het deze kan
beschadigen. Mark heeft zijn medewerkers en collega's al eens
aangesproken op hun gedrag: "Is het nu zo moeilijk om je typex even te
laten opdrogen? Kom op mensen!" Blijkbaar heeft het niet gewerkt want
het blijft gebeuren. Wat nu? Moet Mark nu nog bozer worden? Moet hij aan
de orde stellen hoe oncollegiaal dit is? Moet hij proberen erachter te
komen waarom collega's zich zo ongedisciplineerd gedragen? Wat is hier
de oorzaak van? Is dit een teken van vervagend normbesef? Mark besluit
om dit allemaal niet te gaan onderzoeken. In plaats daarvan koopt hij
voor iedereen een typex rollertje. Het voordeel hiervan is dat de
aangebrachte stof direct droog is. Iedereen is tevreden en het
kopieerapparaat blijft schoon. Een kleine stap die de oorzaak van het
probleem negeert maar het probleem wel oplost! (Bron: Mark Leek).
zie ook
hier.
naar boven
↑
Advocaat van de Duivel
Een
management team ontwikkelde een nieuw strategisch marketing beleid.
Peter had als voorzitter van het management team zich de afgelopen
maanden nogal geërgerd aan Evert, de controller. Wat hem stoorde aan het
optreden van Evert is dat deze bij allerlei onderwerpen door de andere
teamleden als negatief en te kritisch werd ervaren. Evert deed in de
ogen van zijn collega’s vaak moeilijk en kwam met bezwaren die lang niet
altijd relevant werden gevonden. Peter wilde deze sessie tot een succes
maken. Onderdeel daarvan was dat iedereen actief betrokken zou zijn bij
het ontwerpen van de nieuwe strategie zodat ook het draagvlak ervoor
maximaal zou zijn. Hij vroeg zich expliciet af hoe hij Everts kritische
opstelling nuttig kon maken in dit strategiebepalingproces. Hij
realiseerde zich dat de ontwikkelde strategie in een later stadium moest
worden gecommuniceerd naar alle stakeholders van de organisatie, zoals
het personeel en de raad van commissarissen. Die stakeholers zouden veel
kritische vragen gaan stellen over de ontwikkelde strategie wist Peter.
Everts kritische aanpak zou kunnen helpen om het team goed voor te
bereiden op alle mogelijke tegenwerpingen die stakeholders laten zouden
kunnen naar voren brengen. Hij richtte het vergaderproces zo in dat de
eerste fase gericht was het in kaart brengen en beoordelen van de
sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen en het formuleren van een
eerste opzet van de strategie. In de tweede fase had hij Evert een
expliciete rol als advocaat van de duivel toegekend. Evert speelde deze
rol met verve en tot ieders genoegen leverde Everts kritische benadering
een nadrukkelijke verbetering van de plannen op. (Bron).
Zie ook
hier.
naar boven
↑
Productiviteitsverbetering
Karel
wil de productiviteit van zijn team verbeteren omdat die de laatste
maanden duidelijk te laag is geweest. Het team zit nu op een
productiviteitsniveau van 49%, terwijl de maandtarget 63% is. Karel’s
korte termijn doel is om terug te komen op target binnen drie maanden.
Zo zal het voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn dat het team weer op
de goede weg is. Het zou meer baanzekerheid voor iedereen in het team
betekenen. Het zou ervoor zorgen dat de business unit manager zich
minder zorgen maakt over het team en het team minder op de huid zit. Het
zou ook goed zijn voor Karels reputatie. Het zou bewijzen dat hij in
staat is om een slecht presterend team te veranderen in een goed
functionerend team. Karel bedenkt hoe hij eerder een minder goed
teamresultaat heeft weten om te buigen naar een goed resultaat. Hij had
een teamvergadering belegd waarin hij alle informatie aan het team
voorlegde en zijn zorgen uitsprak. Hij vroeg het team om ideeën om de
financiële performance te verbeteren. Dit leidde er toen toe dat er
verschillende goede ideeën naar voren kwamen. Karel merkte dat de
teamleden na dit overleg meer afspraken met klanten maakten, elkaar
beter hielpen en dat de omzet zich snel verbeterde. Karel realiseert
zich dat het de volgende dingen goed werkten: het volledig informeren
van de teamleden, het delen van zijn zorgen en het activeren van
eenieder om te komen tot betere prestaties zonder de teamleden te gaan
uitleggen hoe zij die moesten bereiken. Karel belegt opnieuw een
teamvergadering en doet dezelfde dingen. Opnieuw leidt dit tot een
snelle opleving van de omzet. De oplossingen bleken in potentie al
aanwezig te zijn in het team maar nog niet ten volle benut te worden.
Door Karels interventie zijn zij tot uiting gekomen en aangewend om de
gewenste resultaten te bereiken. (Bron)
naar boven
↑
Het MT is boos!
De
directeur van een belangenorganisatie vroeg twee oplossingsgerichte
adviseurs om snel te helpen met noodzakelijke verbeteringen bij
beoordelen. Het systeem moest verbeterd en de medewerkers en
leidinggevenden moesten getraind worden. Het doel was de komende
beoordelingsronde beter te laten verlopen dan die van vorig jaar. Het
werk moest in twee weken gebeuren. De twee adviseurs hielpen eerst met
de aanpassingen in het systeem, overlegden daarover met de directeur en
het hoofd HR en een week later vond de training plaats. Eerst 1 uur met
alle medewerkers en alle leidinggevenden, toen 1,5 uur met alle
medewerkers en toen 1 uur met alle leidinggevenden. Voor elk onderdeel
van de training waren oefeningen om te kunnen werken met het nieuwe
beoordelingssysteem. Tijdens het eerste uur werd het systeem
gepresenteerd aan alle medewerkers en alle leidinggevenden. Het werd al
snel duidelijk dat de leidinggevenden zeer onaangenaam verrast waren. De
stoom kwam hen uit de oren. De sfeer werd grimmig en er broeide
onderhuidse spanning. De twee oplossingsgerichte adviseurs werden in de
pauze op het matje geroepen; het MT was boos! Ze stelden dat ze met dit
nieuwe beoordelingssysteem NIET konden werken. De training voor
medewerkers én de training voor leidinggevenden dreigde te worden
gecancelled en er was in een pauze van 10 minuten spoedoverleg met het
hele MT en de twee adviseurs. Het MT was niet op de hoogte gesteld van
het nieuwe beoordelingssysteem en stelde dat zij er niets mee konden!
In het spoedoverleg zetten de adviseurs de volgende oplossingsgerichte
stappen:
-
zij erkenden dat de MT leden onaangenaam verrast waren over het
nieuwe beoordelingssysteem (zonder mee te gaan in de discussie wie
de schuldige daarvan was)
-
zij vroegen door op waar het probleem van de MT leden lag en dat
bleek te liggen op het moeten selecteren van competenties die
beoordeeld gingen worden en de angst dat ieder van hen anders met de
beoordelingsscores zou omgaan
Toen duidelijk was waar het probleem lag
stelden zij de vraag "wat moet er in het uur zometeen met alle
leidinggevenden gebeuren wil het een nuttige sessie voor jullie zijn".
De leidinggevenden kwamen daar niet zo goed uit en de pauze was voorbij.
De adviseurs hadden wel toestemming om door te gaan met de training voor
medewerkers. Na die training volgde de bijeenkomst met de
leidinggevenden. Nu wisten de leidinggevenden wel een antwoord op de
eerder gestelde "nuttigvraag". Hun probleem was erkend en zij mochten nu
de agenda van de bijeenkomst bepalen. Daaraan wilden ze wel meewerken.
Ze wilden graag procedurele afspraken over hoe ze hun beoordelingen op
elkaar gingen afstemmen en ze wilden graag hulp bij het kiezen van te
beoordelen competenties. Het gehele trainingsprogramma voor
leidinggevenden werd aan de kant gelegd en de adviseurs maakten met de
leidinggevenden een competentiematrix en afspraken over de te volgen
werkwijze. De leidinggevenden waren na afloop van die sessie opgelucht
en gaven aan nu wel met het nieuwe systeem de beoordelingsronde in te
kunnen. Ze gaven aan graag na afloop van de beoordelingsronde een
volgende kwaliteitsverbetering in het beoordelingssysteem te willen
aanbrengen, met behulp van de twee adviseurs. (Bron: Gwenda Schlundt
Bodien, 2004)
naar boven
↑
Wereldreis
Angele
is een adviseur bij een groot organisatieadviesbureau en heeft al heel
wat hulpverleningsrelaties achter de rug. Zij heeft een sabbatical leave
aangevraagd en gekregen en gaat over drie weken op wereldreis. Ze heeft
echter afgesproken met haar leidinggevende dat zij een coachingstraject
gaat starten wanneer zij terugkomt van de wereldreis. Haar
leidinggevende wil van haar weten of deze baan nu echt iets voor haar
is, voor de langere termijn. Angele begrijpt die vraag wel en wil het
zelf eigenlijk ook wel weten. Angele heeft een zeer problematische jeugd
gehad en het heeft haar in het leven niet meegezeten. Ze heeft net haar
liefdesrelatie beëindigd wanneer zij het intake gesprek met een coach
heeft. Zij vertelt de coach over haar leven en over hoe het haar is
vergaan. De coach luistert en erkent hoe zwaar zij het heeft gehad.
Vervolgens geeft zij aan dat zij een loopbaanvraag heeft; welk werk past
bij haar? Zij wil die vraag graag verkennen als ze terug komt van haar
wereldreis. Maar ze heeft geen behoefte aan uitgebreide analyses van
haar persoonlijkheid. Ze is al twee keer in therapie geweest en heeft al
drie keer een assessment gedaan, en dat pad wil ze niet nog een keertje
op. De coach kan daarmee zeker instemmen. Hij geeft Angele complimenten
voor haar avontuurlijke inslag waarmee ze op wereldreis gaat en voor
haar kracht om zo vorm te geven aan haar leven na vele tegenslagen die
zij heeft gehad. Vervolgens erkent de coach dat Angele geen behoefte
heeft aan uitgebreide analyses van haar persoonlijkheid, en hij vraagt
haar wat zij daarvoor in de plaats zou willen dat er zou gebeuren?
Angele beantwoordt zijn vraag met enthousiasme, duidelijk opgelucht dat
hij haar niet gaat overtuigen van iets dat zij niet wil. Na een half
jaar komt Angele terug van de wereldreis en belt zij de coach. Zij
bedankt hem voor het intakegesprek en zegt dat ze geen coaching wil
verder; ze gaat nog een jaar op reis! (Bron: Gwenda Schlundt Bodien,
2004).
naar boven
↑
Van breedsprakigheid naar
bondigheid
Een
leidinggevende wilde dat zijn medewerker Henk niet zo breedsprakig was.
Die breedsprakigheid ontnam collega’s de gelegenheid om hun zegje te
doen en werkte in de hand dat collega’s vaak bij voorbaat al geïrriteerd
raakten als Henk iets begon te vertellen. In plaats van tegen Henk te
zeggen: ‘Je moet eens ophouden met zo breedsprakig te zijn’ zei de
leidinggevende: ‘Jouw effectiviteit in vergadering is vooral sterk
wanneer je bondig je punt naar voren brengt en ik zou graag zien dat je
leert vaker bondig te spreken. Je collega’s zullen dan meer aandacht
hebben voor wat je zegt en meer gelegenheid krijgen om te reageren.’
Henk wilde graag meer uitleg. De leidinggevende gaf een voorbeeld van
een situatie waarin Henk iets bondiger had gesproken en beschreef hoe
goed de situatie toen liep. Vervolgens vroeg hij aan Henk hoe hij toen
zo bondig had kunnen zijn. Henk herinnerde zich de situatie en weet nog
dat hij die vergadering wat kort was geweest omdat hij haast had. Hij
herinnerde zich ook dat de bespreking van het onderwerp inderdaad
wonderwel bleek te verlopen en dat hij zich na afloop van de vergadering
tevreden voelde. (Bron)
naar boven
↑
Nieuwe procedure
Marc
werkt zelden volgens de nieuwe werkprocedure waardoor hij vaak in
onverwachte situaties komt die hem extra tijd kosten. Hij realiseert
zich dit maar zegt dat hij vaak vergeet volgens de procedure te werken.
Anne, zijn manager, merkt dat Marc de werkprocedure af en toe wel
gebruikt. Ze vraagt Marc hoe het komt dat hij soms de procedure wel
volgt. Hij zegt: "Inderdaad, vaak is dat op woensdag." Anne reageert:
Aha, is dat zo? En hoe lukt het je om het op woensdag niet te vergeten?"
Marc antwoordt: "Op woensdag is het vaak druk, dan wil ik niet het
risico lopen dat ik uit de planning loop. Daarom kijk ik dinsdag aan het
eind van de dag altijd even in de planning en als het dan druk is dat
leg ik de procedure alvast klaar voor de volgende dag." Anne
complimenteert hem: "Goed bedacht om de dag ervoor alvast even te kijken
en het dan klaar te leggen!", waarop Marc reageert: "Inderdaad…..ik ga
dat maar eens vaker doen".
(Bron).
naar boven
↑
Hier heb ik geen tijd voor!
Jacob
wil als extern adviseur proberen er meer opdrachten te verkrijgen bij de
organisatie waarvoor hij werkt. Via zijn contactpersoon slaagt hij erin
een afspraak te maken met diens baas, Martin. Als Jacob enkele weken
later zijn opwachting maakt bij Martin, blijkt deze niet goed
geïnformeerd te zijn over de aard van het gesprek en hij is allesbehalve
blij wanneer hij daarachter komt: "Had ik dat geweten...Hier heb ik
eigenlijk helemaal geen tijd voor!" Jacob reageert oplossingsgericht.
Hij zegt dat hij het zich kan voorstellen dat het dan wel een
onaangename verrassing voor Martin moet zijn dat hij er opeens is en
geeft aan dat hij Martin's tijd niet zal verdoen. Hij vraagt: "Hoeveel
tijd hebt u, 15 minuten? "Nee", zegt Martin dan met een glimlach, "Nu je
hier toch zit, laten we er maar een half uurtje van maken." Vervolgens
vraagt Martin wat Jacob zoal doet bij zijn organisatie en Jacob vertelt
in twee minuten wat hij doet, wie hij kent en welke diensten hij verder
nog levert. Eén woord triggert Martin: "Managementcoaching... hé... doe
jij dat dan ook?" Martin geeft vervolgens aan niet helemaal tevreden te
zijn over de manier waarop managementcoaching nu plaatsvindt binnen de
organisatie en geeft Jacob zo de mogelijkheid om de vier stappen van
oplossingsgerichte acquisitie te doorlopen:
-
stap 1. relatie leggen en hulpvraag creëren:
Martin geeft aan problemen te hebben met de huidige manier
waarop managementcoaching plaatsvindt
-
stap 2. gewenste succes beschrijven:
Jacob helpt Martin te verwoorden hoe hij de managementcoaching wel
zou willen hebben
-
stap 3. voorstel doen: Jacob
suggereert dat hij een aanpak zou kunnen opstellen om Martin's
gewenste succes dichterbij te brengen
-
stap 4. opdracht verwerven:
Jacob maakt procedurele afspraken met Martin over het tijdspad en
het vervolg.
Zo weet Jacob binnen een half uur van een niet geïnteresseerde
potentiële klant een klant te maken.
naar boven
↑
Constructief teamlid
Sandra
geeft leiding aan Edward die haar regelmatig kopzorgen bezorgt. Edward
is vaak overmatig kritisch en lijkt zijn klanten belangrijker te vinden
dan wat hij afspreekt met zijn manager. Sandra probeert meestal om zeer
goed rekening te houden met hem maar zonder veel succes. Nu heeft de
afdeling besloten zich meer te gaan concentreren op haar kerntaken en om
een bepaalde dienst niet meer te leveren. Hierop briest Edward: “Ik sta
hier niet achter! Mijn klant is tevreden en ik ga gewoon door met het
leveren van die dienst.” Sandra kookt inwendig en weet niet hoe ze moet
reageren.
Lees verder....
naar boven
↑
Slechte arbeidsomstandigheden
Annemarie
is een zeer betrokken en succesvol adviseur, die al heel veel heeft
bereikt voor haar jonge leeftijd. Ze werkt sinds een half jaar bij een
turbulente organisatie, die vanuit een gesubsidieerde situatie een
commercieel bedrijf moet gaan worden. Ze komt tijdens het derde
coachingsgesprek binnen met het probleem van de slechte
arbeidsomstandigheden (de temperatuur is veel te hoog in het kantoor
(35-40 graden) en de ramen kunnen niet open). Ze wil heel graag thuis
werken, maar heeft geen internetaansluiting thuis en de office manager
doet veel toezeggingen maar er is nog steeds geen resultaat. Het zit
haar dusdanig hoog dat ze erover denkt om haar baan op te zeggen. Ze kan
zich niet concentreren op het werk, terwijl ze juist zo graag goede
prestaties wil leveren. Ze heeft al zoveel geprobeerd om de
omstandigheden te verbeteren, maar ze loopt telkens tegen de muur.
Iedereen is het met haar eens, maar niemand doet er iets aan. En als ze
nu in staat was om thuis te werken, dan kon ze tenminste ontsnappen aan
de slechte omstandigheden op het kantoor. Annemarie komt er in de
coachingssessie achter dat ze de bereidheid heeft om nog een ding te
proberen, voordat ze tot zoiets drastisch als het opzeggen van haar baan
overgaat. Samen met de coach komt ze erachter dat ze al eens eerder iets
gedaan wilde krijgen van de office manager wat lastig was. In dat geval
heeft ze echter haar doel goed bereikt. Ze exploreert ze hoe ze in het
verleden succesvol is omgegaan met de office manager. Het blijkt dat ze
goed met de office manager kan samenwerken en gedaan krijgt wat ze wil
wanneer ze o.a. haar hulp en ondersteuning aanbiedt aan de office
manager. Wanneer ze dat doet voelt de office manager zich gewaardeerd in
haar positie en tegelijkertijd geholpen, wat tot snelle resultaten
leidt. Annemarie neemt zich voor dit te gaan proberen. De volgende
coachingssessie meldt ze dat het goed heeft gewerkt; de
internetaansluiting thuis is gerealiseerd (en het temperatuursprobleem
is opgelost…). Ze kan zich nu veel beter concentreren en werkt beter en
met meer plezier (Gwenda Schlundt Bodien, 2003)
naar boven
↑
Slecht humeur
Eric
heeft een slecht humeur. Onder druk heeft hij de neiging om verbaal uit
te vallen naar de mensen om hem heen. Hij kan eigenlijk niet goed
begrijpen waarom hij zo is. Hij heeft het gevoel dat hij misschien zijn
gevoelens te veel onderdrukt, thuis niet gelukkig is, zich zorgen maakt
om geld –er zijn veel dingen die het zouden kunnen veroorzaken. Zijn
coach, die de oplossingsgerichte methode gebruikt, zet al die oorzaken
aan de kant en vraagt hem wanneer hij het minst de neiging heeft om zijn
humeur te verliezen. Eric komt erachter dat hij zich ´s ochtends beter
kan beheersen, als hij minder moe is. Hij realiseert zich ook dat hij
minder gestrest raakt als hij van zijn eigen bureau weg is. Hij vindt
constante onderbrekingen zeer moeilijk om mee om te gaan en deze
gebeuren sneller als hij makkelijk beschikbaar is. Eric begint om zijn
meer belangrijke besprekingen in de morgen te plannen en om het grootste
deel van zijn belangrijke werk aan het begin van de dag gedaan te
krijgen. Hij begint ook om één dag per week van huis uit te gaan werken
en hij probeert het werk dat ongestoorde concentratie vereist op te
sparen voor die dag. Hij vraagt mensen om hem niet bellen op die dag,
tenzij het van vitaal belang is. (Bron: Greene, J & Grant A.M (2003)
Solution-focused Coaching London: Momentum Press)
naar boven
↑
De nieuwe inspecteur
Een
chemische fabriek die altijd veel aandacht aan veiligheid had besteed
dreigde nu te worden gesloten door een nieuwe veiligheidsinspecteur. De
samenwerking met veiligheidsinspecteurs was altijd redelijk geweest maar
deze nieuwe inspecteur was formeel en niet samenwerkend. Teamleden
probeerden de samenwerking met hem te verbeteren maar dit was zonder
succes. Negatieve verhalen gingen de ronde doen en er ontstond een sfeer
van moedeloosheid in de fabriek. Het team vroeg adviseurs Paul Z.
Jackson en Mark McKergow om te helpen bij dit probleem. Mark en Paul
vroegen het team om hun beste ontmoetingen met de inspecteur te
beoordelen op een schaal van 0 tot 10. Eén brieste meteen: " een 0!"
Mark en Paul pauzeerden en wachtten. "...behalve die ene keer, toen het
voor 20 seconden een 3 was...." Plotseling was er een sprankje hoop. De
essentie van de oplossing, zo dachten Paul en Mark, lag in die paar
seconden. Toen zij de manager vroegen wat hij had gedaan om deze
dramatische, zij het korte, verbetering te bewerkstelligen, zei hij:
"Eigenlijk denk ik dat ik even een moment stopte met hem onder druk
zetten en hem een moment om te denken gaf." De stemming van de
vergadering veranderde voelbaar. Ieder teamlid bedacht wat zij hadden
gedaan in hun beste ontmoetingen met de inspecteur en op basis hiervan
stelden zij een lijst op van 14 actiepunten die ze snel, eenvoudig en
goedkoop konden uitvoeren om hen één puntje hoger op de schaal te
krijgen. Op de lijst stonden onder andere: minder mensen bij de
vergadering betrekken, naamkaartjes dragen en de inspecteur uitgebreider
communiceren over belangrijke vragen en knelpunten. De persoon die het
meeste contact met de inspecteur had hield bij welke acties het beste
werkten. In plaats van doemdenken over hun gebrek aan
beinvloedingsmogelijkheden, zeiden de managers dat zij het verfrissend
vonden om te analyseren wat er goed ging in plaats van wat er fout ging.
Toen Paul en Mark enige weken later terugkwamen liep alles veel beter.
De dreiging van een officiele waarschuwing was uit de lucht en het
project liep weer op koers. Eén manager zei dat ze wist dat zij
werkelijk progressie maakten toen de ´onpersoonlijke´ inspecteur had
gevraagd naar het recente vakantie! (bron: Jackson & McKergow, 2003).
naar boven
↑
Positieve geruchten
Robert
is een teammanager die een nieuwe medewerker in zijn team krijgt. Deze
medewerker, Diana, is overgeplaatst door de Algemeen Directeur, nadat
Diana op haar vorige afdeling een conflict heeft gehad. Vlak nadat Diana
bij Robert op de afdeling is begonnen, krijgt Robert bezoek van de
Algemeen Directeur. Hij waarschuwt Robert: "Diana is een probleem. Ze is
erg negatief. Ik vind dat deze functie echt haar laatste kans
is. Negatievelingen kunnen we bij ons bedrijf niet gebruiken." Robert is
wat verbaasd door deze mededeling. Hij kent Diana al langer en is zeer
te spreken over haar betrokkenheid en kritisch vermogen. Hij overweegt
even om Diana te verdedigen maar dat doet hij niet. In plaats daarvan
denkt hij even rustig na en zegt vervolgens: "Bedankt dat je me hierop
wijst. Wat zou je ervan zeggen als we over een half jaar eens met elkaar
bespreken hoe het gaat met Diana?" Dat vindt de directeur een uitstekend
idee. Na enige tijd functioneert Diana prima in het team van Robert,
precies zoals hij verwacht had. Ze wordt gewaardeerd om haar
scherpzinnigheid en betrokkenheid en ze behoedt collega´s regelmatig
voor fouten. Robert overweegt om dit te melden bij de directeur maar hij
realiseert zich dat de directeur iemand is die zich niet makkelijk laat
overtuigen. Daarom besluit hij tot een andere aanpak. Hij begint
positieve geruchten over Diana te verspreiden. Geruchten, die echter
volledig op waarheid berusten, over haar betrokkenheid, over hoe goed ze
in het team past enzovoorts. Robert vertrouwt erop dat het slechts een
kwestie van tijd is voordat de directeur ervan zal horen. En inderdaad!
Al binnen enkele weken spreekt de directeur Robert aan en zegt met een
wat verbaasde glimlach: " Ik hoor uitstekend dingen over Diana...."
Robert overweegt even om te zeggen dat hij niet anders verwacht had maar
doet dat niet. De directeur zegt: "Ik denk dat ze in jouw team toch
beter op haar plaats is." Robert knikt en zegt: "Bedankt voor jouw
interventie. Ik denk dat Diana mede daardoor veel beter tot haar recht
komt in ons bedrijf. Robert realiseert zich dat er drie winnaars zijn in
dit proces. (Coert Visser, 2003).
Zie ook
hier.
naar boven
↑
Customer service op de piste
Lynn
Johnson, een Amerikaanse oplossingsgericht consultant, legt uit hoe
hij een oplossingsgerichte houding in zijn werk gebruikt. ´Ik
adviseerde een skischool in de bergen boven Salt Lake City. Men
vroeg mij om hen te trainen in goede customer service, dus ik stelde
een vraag: "Stel dat je feedbackformulieren hebt van de laatste 100
cursisten die je hebt gehad. Stel dat 90 procent van de
beoordelingen gunstig zijn en dat 10 procent negatief is. Je doet
een follow-up met diepgaande gesprekken en je kunt maar met één
groep mensen praten. Welke groep zou je willen interviewen?" Men
antwoordde: "De 10 procent die niet tevreden is." Daar ben ik het
niet mee eens", zei ik. "Je wilt de 90 procent interviewen die
tevreden is. Weet je echt zeker dat de cursus het maximale biedt aan
mensen die willen leren skiën? Weet je zeker dat je begrijpt wat je
goed hebt gedaan? Zou het kunnen dat je per ongeluk iets deed wat
een student echt leuk vond? Zou je willen weten wat dat was? De
skischool vond het "zoeken naar wat je goed doet" prachtig en de
volgende maand hoorde ik enkele inspirerende verhalen over deze
school. een van de beste: het hoofd opleidingen van de skischool gaf
een les aan een bekende figuur uit de lokale media. Zij vroeg hem:
"Wat zou u vandaag willen leren?" Hij antwoordde dat hij wilde leren
hoe hij op de papsneeuw moest skiën. Vervolgens vroeg zij hem: "Wat
was er anders tijdens de keren dat je heel goed op de papsneeuw
skiede?" Hij dacht even na, grinnikte en zei: "Dat is een hele goeie
vraag!" De les was een groot succes en de skischool had een nieuwe
vriend bij de media.´ (Bron: Oplossingsgericht denken, Jackson &
McKergow, 2003).
naar boven
↑
Botte communicatie
John
is een 35 jarige projectmanager die een externe coaching van zijn baas
kreeg aangeboden. John functioneerde in het algemeen goed maar men vond
dat hij vaak nogal bot communiceerde. Het doel van de coaching was om
John te helpen zijn om zijn communicatieve vaardigheden te verbeteren en
om meer tactvol en bewust te communiceren. John en zijn coach probeerden
situaties te vinden waarin John al tactvol en bewust had gecommuniceerd.
Samen exploreerden ze deze situaties en identificeerden welke
gedragingen van John hadden geholpen bij het tactvol en bewust
communiceren. door dit te doen kwamen ze erachter dat een aantal dingen
heel goed werkte, zoals niet direct reageren maar eerst even de tijd
nemen, hulp vragen van anderen etc. In de volgende weken paste john deze
oplossingen heel bewust toe. Het liep prima. John pastte zijn nieuwe
vaardigheden zelfs toe in het solliciteren naar een nieuwe functie in
zijn bedrijf. Hij werd aangenomen (bron: Coert Visser, 2002).
naar boven
↑
Paal en perk Carolien
is al drie jaar verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in
een IT-consultancy bedrijf. Ze is als een spin in het web, werkt
vreselijk hard en is naar eigen zeggen op weg naar overspannenheid. Ze
heeft wel alle verantwoordelijkheid, maar niet de bijbehorende
bevoegdheden, haar beslissingen worden onderuitgehaald door een soms
opeens aanwezige baas. Ze slaapt steeds langer uit en krijgt last van
emotionele instabiliteit. Haar zelfvertrouwen slinkt en ze voelt zich
een mislukkeling. In het coachingsgesprek stelt de coach haar de vraag
"hoe heb je het al die jaren overleefd?" Ze antwoordt dat dit komt
doordat ze zoveel passie heeft, een vechter is, veel
doorzettingsvermogen heeft, vasthoudend en ambitieus is en zich niet
laat kisten! De coach vraagt: "Hoe kunnen anderen aan jou zien dat je
zo´n vechter bent en je niet laat kisten?" Ze antwoordt dat dit de
laatste tijd steeds minder te zien is, maar dat ze momenten heeft waarop
ze haar grenzen stelt, voor zichzelf opkomt. Het gesprek bouwt voort op
die momenten en op wat er toen beter ging. Weer terug in het werk
verbaast Carolien zichzelf door opeens paal en perk te stellen en voor
zichzelf op te komen. (Bron: Gwenda Schlundt Bodien, 2002)
naar boven
↑
Fusie tussen twee banken
 Bij
een fusie tussen twee grote banken werd een werkgroep opgericht die dit
'merging' proces zou begeleiden. De voorzitter van de werkgroep was zich
zeer goed bewust van het feit dat een concurrentiestrijd zou kunnen
ontstaan tussen de medewerkers van de fusiepartners. Door eerst iedereen
te vragen welke elementen ze uit hun vorige onderneming zeker zouden
willen bewaren en behouden, gaf hij iedereen de gelegenheid
constructieve voorstellen ter tafel te brengen. Vervolgens deed hij een
rondje met alle betrokkenen om tot consensus te komen omtrent de
doelstelling van de werkgroep fusiebegeleiding. Hieruit distilleerde hij
een slagzin die als leidraad zou dienen bij het verder verloop van het
proces. De slagzin 'Het beste van beiden' werd gekozen. Telkens als er
in de loop van het fusieproces spanningen ontstonden kon de
projectleider terugvallen op deze contextmarkeerder, waardoor het voor
alle betrokkenen makkelijker was de valkuilen te vermijden waarop dit
soort processen vaak stranden. Het hielp de twee banken om in korte tijd
hun werkwijze zowel intern als extern op elkaar af te stemmen. (Bron:
Louis Cauffman)
naar boven
↑
Het
management van een Italiaans chemisch bedrijf wilde dat medewerkers
veiligheidsbrillen droegen. De medewerkers deden dit echter maar
mondjesmaat. Ze hielden een oplossingsgerichte sessie om dit probleem op
te lossen. Ze zochten naar positieve uitzonderingen. Eén manager stelde
de vraag: "Wanneer dragen de medewerkers eigenlijk wèl brillen?" En de
managers realiseerden zich dat hun medewerkers maar wat graag stoere,
moderne zonnebrillen droegen met spiegelglazen. Toen bedachten ze om
speciaal veiligheidsbrillen te laten maken met spiegelglazen. Het
resultaat was dat de medewerkers de veiligheidsbrillen acuut begonnen
te dragen! Een zeer kleine verandering in het ontwerp leidde tot een
belangrijke verandering in het gedrag van de medewerkers en tot een
hogere veiligheid (bron: Jackson & McKergow, 2001).
naar boven
↑
Wachten op de verhuizing
Een
klein team was in afwachting van een verhuizing naar een nieuw kantoor.
De oplevering was vertraagd, ze wisten niet wanneer de verhuizing zou
plaatsvinden en het team functioneerde niet meer effectief. Toen de
teamleden werd gevraagd naar hun "perfecte toekomst" (hoe zou het er
volgende week uitzien als er een wonder heeft plaatsgevonden?") zeiden
ze, uiteraard, dat ze zouden zijn verhuisd naar het nieuwe kantoor. Toen
er daarna gevraagd werd naar wat dat voor verschil zou maken, zeiden ze
dat ze dan een project zouden starten om nieuwe mogelijkheden voor het
team te onderzoeken, contact zouden leggen met investeerders en een deel
van het team zou mogelijkheden voor flexibele werktijden onderzoeken.
Een lange lijst ontstond. Toen zei één van de teamleden: "wacht eens
even, voor de meeste van deze dingen hebben we hebben geen nieuw gebouw
nodig". Ze had gelijk; grote delen van de perfecte toekomst konden al in
gang gezet worden voor de verhuizing. Op de een of andere manier had de
verhuizing, waarover ze weinig controle hadden, al het andere
overschaduwd. Door onder de aandacht te brengen wat ze nu konden doen en
veranderen maakte het team onmiddellijk progressie. (bron: P. Z Jackson
& M. McKergow)
naar boven
↑
P&O-manager hervindt grip
E en
manager P&O had zichzelf nog drie maanden de tijd gegeven om zijn werk
beter onder controle te krijgen, omdat hij aan alles merkte dat hij op
overspannenheid afkoerste. In de eerste sessie werd al snel de vraag
gesteld: "Tussen de dag waarop je de afspraak met mij maakte en nu, wat
gaat er beter?" Dat bleek al heel wat te zijn; de manager P&O hield meer
de vinger aan de pols wat betreft zijn werktijden, probeerde elke dag
minstens één pauze te nemen, had de keuze gemaakt zich niet meer te
laten voortdrijven door het werk maar prioriteiten te gaan stellen en
had dit ook al besproken met zijn leidinggevende. Deze acties boden
aanknopingspunten voor het bespreken van de manier waarop de manager P&O
zijn doelen kon bereiken. Die doelen werden in de eerste sessie op een
onorthodoxe wijze geformuleerd, namelijk met behulp van de zogenaamde
wondervraag. "Stel, je gaat vanavond slapen en 's nachts gebeurt er een
wonder. En dat wonder houdt in dat het probleem waarmee je naar dit
gesprek kwam is opgelost. Maar je weet het niet want je sliep. Waaraan
zou je morgenochtend als je wakker werd merken dat het wonder had
plaatsgevonden? Wat zou jij dan anders doen? Waaraan zouden anderen
merken dat het wonder is gebeurd?" Na een eerste onwennigheid met deze
wat vreemde vraag, bleek de P&O manager in staat om een gedetailleerd
plaatje te schetsen van de situatie na het wonder. De drie overige
coachingssessies hoefden de coach en de manager P&O eigenlijk alleen
maar voort te borduren op die eerste sessie, en te constateren dat de
P&O manager zeer goed bezig was om de situatie na het wonder realiteit
te laten worden. (bron: Schlundt Bodien en Visser, 2001)
naar boven
↑
Positieve paranoia in
teambuilding
Het
ontdekken van kwaliteiten is een zeer belangrijk onderdeel van
oplossingsgericht werken. Ben Furman, een ervaren oplossingsgerichte
adviseur uit Finland, begeleidde een teambuilding. Hij deed een oefening
met ze die hij 'positieve paranoia' noemt. Het werkt zo: het team
splitst zich op in koppels. En ieder paar bedenkt iets om de komende
weken te gaan doen dat nuttig is voor het team. Maar ze mogen niet
vertellen wat het is dat ze gaan doen, zelfs niet op het moment dat ze
het doen. De anderen moeten allemaal proberen te ontdekken wanneer de
koppels hun positieve bijdrage leveren. Dit creëert een zeer
coöperatieve sfeer. Natuurlijk vinden de teamleden voorbeelden van
positief gedrag. Maar vaak wanneer ze denken het geheime nuttige gedrag
te hebben gevonden, blijkt dat dat het bedachte positieve gedrag
helemaal niet was. Er blijken met andere woorden zeer veel voorbeelden
van nuttige bijdragen te worden opgemerkt door de verschillende
teamleden. Er ontstaat als het ware een positieve paranoia. Men wordt
zich veel bewuster van hoeveel nuttige en positieve gedragingen er zoal
plaatsvinden in het team. De interactie verbetert sterk. (Bron: Ben
Furman)
naar boven
↑
Doornemen van de stand van
zaken
Ronald
is een personeelsfunctionaris die een stapje hogerop wil komen. Zijn
baas vindt dat hij daarvoor een aantal dingen beter moet gaan doen. Eén
van die dingen is het nakomen van afspraken. Ronald gaat akkoord met de
door zijn baas geformuleerde doelen, maar tijdens het eerste
coachingsgesprek blijkt dat hij danig beledigd is door deze eis van zijn
baas. Hij heeft dan ook weerstand tegen het bedenken van oplossingen
voor het beter nakomen van zijn afspraken. Hij komt zijn afspraken in
zijn ogen goed na. In het coachingsgesprek gaat de coach op zoek naar
het doel van Ronald. Zijn doel blijkt te zijn: manieren vinden om af te
zijn van het gezeur van zijn baas over het nakomen van afspraken. Zijn
oplossing wordt: wekelijks doornemen van de stand van zaken van acties
met zijn baas, zodat die baas het gevoel heeft dat Ronald zijn afspraken
nakomt en Ronald dus af is van zijn gezeur (Bron: Gwenda Schlundt
Bodien, 2002).
naar boven
↑
Benutten van perfectionisme
Marian
is een hard werkende salarisadministrateur die zich wild ergert aan
fouten van zichzelf en anderen. Na enkele jaren hard ploeteren komt zij
thuis te zitten met een burnout. In een gesprek met een
oplossingsgerichte coach brengt zij naar voren dat zij perfectionistisch
is en dat haar dat teveel kost. Zij vindt het echter heel goed om
perfectionistisch te zijn en wil deze eigenschap niet kwijt. Samen
exploreren de coach en Marian hoe zij haar perfectionisme kan gebruiken
om in de toekomst haar werk beter aan te kunnen. Zij stelt vast dat er
dagen zijn in het werk waarop het beter gaat. Dat zijn de dagen waarop
zij niveaus aanbrengt in haar perfectionisme; niet meer alles in één
keer 100% goed doen, maar het werk opdelen in kleinere onderdelen en elk
onderdeeltje 100% perfect uitvoeren. Ze gaat op die manier weer aan het
werk. Het werkt prima. (Bron: Gwenda Schlundt Bodien)
naar boven
↑
Slechte
presentatievaardigheden?
Jenny,
een manager bij een adviesbureau klaagde bij haar collegamanager Henk
over een van haar adviseurs: "Richard is slecht in het geven van
presentaties. Hij praat veel te veel en luistert niet naar de klant. Ik
zit erover te denken hem binnenkort te vertellen dat hij geen
presentaties meer mag doen bij klanten." Henk reageerde
oplossingsgericht: "Je zou willen dat hij meer ruimte biedt voor de
klant en beter aansluit?" Jenny antwoordde: "Precies! Het probleem is
alleen dat hij dat NOOIT doet..." Henk vroeg: "Heb je hem misschien ooit
al eens iets beter zien luisteren en aansluiten?". Toen herinnerde Jenny
zich dat dat inderdaad zo was." Toevallig heeft hij vorige maand een
presentatie gegeven die heel goed liep. Wat er goed aan was, was dat hij
niet constant aan het woord was. Hierdoor kwam de klant met allerlei
eigen ideeën die we goed hebben kunnen toepassen." Henk adviseerde Jenny
om alsnog eens bij Richard terug te komen op die geslaagde presentatie
om hem er mee te complimenteren en om erachter te komen hoe het kwam dat
Richard zich zo effectief opstelde die keer. Jenny deed dit. Richard
kreeg waardevolle feedback over wanneer hij effectief was en kreeg meer
zelfvertrouwen. Jenny's vertrouwen in Richard's presentatievaardigheden
namen ook toe. (bron: Coert Visser). Zie ook
hier.
naar boven
↑
Slecht presterend team
Twee
adviseurs werden gevraagd een slecht presterend team te helpen van
telefonisten/receptionisten, veiligheidspersoneel en hun directe
lijnmanagers. Toen de adviseurs hen ontmoetten, was het duidelijk dat de
sfeer in het team slecht was. Het omslagpunt kwam toen de teamleden met
elkaar beschrijvingen van hun individuele sterktes begonnen te delen. Ze
realiseerden zich dat ze beschikten over een groot scala aan
vaardigheden. Ze waren het erover eens dat als ze deze kwaliteiten
zouden kunnen benutten in hun werk, dat ze dan zouden kunnen bereiken
wat ze maar wilden in de organisatie. Zowel de sfeer als hun
functioneren verbeterden vrijwel direct (bron: Jackson & McKergow,
2001).
naar boven
↑
Sexual harassment bij Avon
Mexico
In
het begin van de jaren negentig speelden bij Avon Mexico, producent van
onder andere cosmetica en huid- en haarverzorgingsmiddelen, ernstige
problemen in de sfeer van seksuele intimidatie, 'glazen plafonds' voor
vrouwen en beperkte en gebrekkige samenwerking tussen mannen en
vrouwen. Binnen het management van de uit 3000 mensen bestaande
organisatie waren nauwelijks vrouwen te vinden. Deze problematiek werd
aanvankelijk door een gespecialiseerd adviesbureau uit New York
aangepakt op een traditionele probleemgerichte manier. lle denkbare
invalshoeken werden gehanteerd: analyses, prestatie-indicatoren,
voorlichtingen, trainingen, rechtszaken, etc. Gedurende twee jaar werkte
het gespecialiseerde bureau op deze wijze maar het probleem groeide
alleen maar! Medewerkers die de trainingen hadden bezocht, meldden dat
zij na de trainingen mìnder goed in staat waren om te communiceren met
leden van het andere geslacht en dat zij meer afstand en minder
vertrouwen in hen hadden. Bovendien werden de workshops steeds minder
bezocht. Rita Simmel, directeur van het consultancybureau, onderkende
dat haar benadering averechts werkte en nodigde David Cooperrider uit om
te formuleren hoe dit probleem via Appreciative Inquiry zou kunnen
worden aangepakt (zie Cooperrider, 2000, p6-9). David Cooperrider vroeg
Rita Simmel wat de organisatie wilde bereiken. Aanvankelijk antwoordde
zij dat ze het enorme probleem van 'sexual harassment' wilde oplossen.
Cooperrider vroeg door. Uiteindelijk gaf Simmel aan dat het ultieme doel
van de organisatie was: het tot stand brengen van 'high quality cross
gender relationships'. Via een aantal tweedaagse workshops werden 100
Avon-medewerkers getraind om elkaar te interviewen om voorbeelden boven
tafel te krijgen van goede samenwerking tussen mannen en vrouwen.
Vervolgens vonden in de organisatie 300 interviews plaats. Hieruit
kwamen veel voorbeelden naar voren van effectieve samenwerking tussen
mannen en vrouwen. Er werd een rapport opgesteld waarin de meest
aansprekende voorbeelden uit de interviews waren opgenomen. Vervolgens
werd er een 'future summit' gehouden waarin 100 interviewers consensus
werd gevonden over de belangrijkste condities waaronder effectief
samenwerkingsgedrag tussen mannen en vrouwen kon optreden en waarin
geformuleerd werd hoe de organisatie hier in de toekomst gebruik van kon
maken. De resultaten van het project waren uitstekend. Al tijdens het
project kwam er voor het eerst een vrouw in het executive committee. Na
afronding van het project won de organisatie de jaarlijkse prijs voor de
beste werkgever voor vrouwen. (zie
ook)
naar boven
↑
Elektriciteitscentrale - werken volgens de voorschriften
Het
management team van een elektriciteitscentrale had er genoeg van dat de
werknemers kleine aantekeningenboekjes bij zich droegen. In deze boekjes
maakten de werknemers zelf aantekeningen over hoe bepaalde procedures
waren en hoe zij moesten handelen in bepaalde omstandigheden. Deze
boekjes waren persoonlijke documenten. Iedere werknemer had zijn eigen
boekje in de loop der jaren opgebouwd. Het management vond dit een
gevaarlijke zaak. Als er namelijk procedures of werkprocessen
veranderden, was er geen goede update procedure mogelijk. Dat was
gevaarlijk. Het management probeerde jarenlang om de werknemers de
procedures te laten volgen. Deze lagen op meerdere plekken in grote
handboeken in de fabriek. De mensen volgden deze procedures echter niet.
Ze vonden het te lastig, ze vonden de handboek te omslachtig en moeilijk
geschreven. Bovendien stond er veel meer informatie in dan nodig. De
volgende oplossingsgerichte vraag werd gesteld: wanneer volgen de
werknemers de instructies wel. Het antwoord: "als ze in hun kleine
boekjes staan!" Het management maakte kleine losbladige boekjes met de
update informatie erin. Werknemers konden het in hun borstzak dragen. Ze
waren uitsluitend gericht op bruikbare informatie en eenvoudig
geschreven. Iedereen kreeg een exemplaar. (bron: Jackson & McKergow).
Zie ook
hier.
naar boven
↑ |